Na een aantal roerige jaren heb ik kort geleden mijn hobby weer opgepakt. De hobby om als het even kan voetbalwedstrijden te bezoeken. Het liefst wedstrijden die gespeeld worden in een stadion met historie. Vervallen stadions waar mos tussen het afbrokkelend beton groeit. Stadions midden in een grauwe woonwijk. Op plekken waar niemand een stadion verwacht. Waar het licht van de lichtmast als een totempaal van veraf zichtbaar is. Een stadion dat toehoort aan een club die de gemiddelde glory hunter niet kent. Met urinoirs bestaande uit een muur waar je tegenaan mag urineren. Te smalle toegangspoortjes of juist verdwalen omdat de toegang niet gelijk zichtbaar is.

Drie clubs uit Luik in Eerste Klasse

Ergens in de vorige eeuw waren er drie voetbalploegen in Luik die samen op het hoogste niveau speelden. Die heel wat jaartjes samen op het hoogste niveau van België acteerden en ieder ook ooit in Europa mochten aantreden.

Allereerst is daar het alom bekende Standard dat op Sclessin haar thuiswedstrijden afwerkt. Een mooi stadion, vooral vóór de verbouwing vond ik het erg sfeervol en Engels ogend. Achter één van de doelen een hoge staantribune. Onoverdekt, met dan een overdekte tribune aan de lange zijde. Die deed denken aan de tribune op de Bosuil van Royal Antwerp FC.

Het moet in december 1973 zijn geweest dat ik voor het eerst foto’s zag van Sclessin. Ik was 11 jaar en Feyenoord speelde tegen Standard. De Rotterdammers verloren met 3-1, maar kwamen thuis door een 2-0 winst een ronde verder. Dit was in de UEFA Cup, die later dat seizoen door Feyenoord werd gewonnen. Ik moet zeggen, veel Belgische voetbalstadions hadden in die tijd wat weg van de Engelse stadions die ik regelmatig op televisie zag voorbijkomen. In Den Haag kon je met wat geluk match of the day ontvangen. En was het de man met de uitzonderlijke kaak die dat presenteerde, Jimmy Hill.

Velodrome

Club Luik was niet bepaald Engels als het om het stadion gaat. Het Rocourt stadion was ook bekend als het Stade Velodrome. Een geweldig stadion met wielerbaan en een staantribune aan de lange zijde die doorliep tot achter één van de doelen. Die staantribune had iets weg van de oude staantribune van Charlton Athletic, voordat the Valley werd zoals hij nu is. Ik ben er twee keer geweest in 1993, net voordat Club Luik in november 1994 haar laatste thuiswedstrijd speelde op Rocourt. Het stadion werd eerder dat jaar onveilig verklaard en moest worden afgebroken. Er is een bioscoopcomplex gebouwd op de plek waar het stadion was. Voor Club Luik het begin van een lange zwerftocht naar een nieuw stadion. Inmiddels is men terug in de wijk Rocourt, Club heeft weer een eigen plek.

De derde club in Luik was RFC Seraing. Tegelijkertijd ook kleinste van de drie clubs. RFC Seraing heette tot 1994 Seresien, bestond in de oude constructie 2 jaar en fuseerde in 1996 met grote broer Standard vanwege financiële problemen. Seresien speelde haar thuiswedstrijden in Stade du Paray, in de wijk Seraing. Net als Seraing in de periode 1994 tot 1996. Wamberto en Edmilson zijn namen uit die jaren die voor Seraing speelden. Het seizoen 1994-1995 was het laatste seizoen dat de grote drie van Luik samen op het hoogste niveau speelden. Let wel, Seresien speelde ook jaren op het hoogste niveau in België.

Met bovenstaande gedachten, reisde ik eind november af richting Luik. Voor de wedstrijd van Seraing tegen Sint Truiden. En met bijbehorend doel het bezoeken van Stade du Pairay.

Nog steeds rosse buurt bij Guillemins

Het moet gezegd, altijd als ik vanuit Maastricht richting België reis, ervaar ik het gevoel echt in het buitenland te zijn. Vooral met de trein is dat duidelijk zichtbaar. Aan één kant de Maas, aan de andere kant steil, bergachtig landschap. Als de trein eenmaal echt in Visé stopt dan weet je dat je in België bent. Na Visé, dan wordt het grauw, industrieel, aftands, grijs ondanks de zon….dat is Luik en is zoals het is.

Luik dat je dan ook weer wel versteld doet staan door het geweldige station Guillemins, een mooi staaltje architectuur. Nog steeds wit zoals op de dag dat het station geopend werd na de verbouwing in september 2009. Naar buiten gapend vanuit de bus blijkt dat er nog steeds vrouwen van plezier achter de ramen zitten in de directe omgeving van het station. Er is niet veel veranderd dus. Vanuit de bus is het ook een mooi uitzicht als Sclessin volledig zichtbaar is als de brug over de Maas wordt bereden.

Stamnummers

Het Seraing dat ik kende van de jaren ’90 in de vorige eeuw is niet het Seraing van nu. In 2013 nam het Franse FC Metz de club RFC Seresien over, om talenten uit de eigen opleiding over de grens ervaring te laten opdoen. Voorheen heette deze club FC Bressoux en had als stamnummer 23.  FC Bressoux voetbalde op een dusdanig laag niveau dat FC Metz op zoek ging naar een stamnummer van een club op hoger niveau. Om zodoende sneller in de hoogste divisies te kunnen spelen. Dit doel werd bereikt door in 2014 stamnummer 167 te kopen van tweedeklasser Boussu Dour.. Deze club stelde wel als voorwaarde dat zij ook een ander stamnummer mochten kopen. Boussu Dour nam dan het stamnummer van Charleroi Fleuris over en veranderde de naam in Francs Borain. De club speelt op dit moment in de Eerste Klasse amateurs.

Boussu Dour veranderde haar naam in Seraing United en voilà. In 2015 werd de naam RFC Seraing weer aangenomen. De “R” is wel wat omstreden. Die staat voor Koninklijke maar daar heb je pas recht op als je vijftig jaar bestaat. De promotie naar het hoogste niveau is snel verlopen. In seizoen 2019-2020 werd de competitie voortijdig gestopt vanwege de COVID-19 pandemie. Omdat Lokeren, Roeselaere en Virton geen proflicentie kregen, promoveerde Seraing naar de Eerste Klasse B. Het afgelopen seizoen werd de ploeg tweede achter Union Sint-Gillis en wist men de barrage te winnen van Waasland Beveren.

Baken in de duisternis

Genoeg hierover, ik kwam voornamelijk om dat stadion eens te bezoeken. Al dwalend door Seraing werd ik aanzienlijk vrolijk toen ik tussen de huizen door lichtmasten zag branden. Het was eigenlijk het enige lichtpunt in een mistroostige omgeving. Victor Hugo (Frans schrijver, dichter, essayist en staatsman) vergeleek de wijk Seraing ooit met de Tartaros, oftewel de hel volgens de Griekse mythologie. Mijn gedachten gaan ongemerkt terug naar een tijd waarin staalarbeiders en mijnwerkers Seraing bevolkten. De rokende fabrieken, de hoogovens van Cockerill langs de Maas. Victor Hugo schreef zijn verhaal over Seraing in 1840.

Stade du Pairay

Ruim op tijd aangekomen, besloten we dan maar eens langs het stadion lopen. Ik werd vergezeld door twee MVV diehard mannen. Na een aantal rijkswachten te zijn gepasseerd die voornamelijk op de Belgische Limburgers uit Sint Truiden aan het wachten waren, doemt de hoofdtribune op. Met aan de zijkant hiervan een muurschildering met logo van RFC Seraing.

De hoofdtribune bestaat uit zitplaatsen, rode stoeltjes. Driekwart van deze tribune mag door de lokale supporters worden bezet. De toegangshekken voor deze tribune zijn open en geven een mooi doorkijkje naar de tribune aan de andere zijde van het veld. In de hoek zijn dan zitplaatsen voor supporters van de gasten beschikbaar. Achter het doel  de onoverdekte staantribune, helaas was dicht bij komen niet echt mogelijk. De Rijkswacht had de toegang flink afgesloten. Toen de wedstrijd begon waren naar schatting iets van 250 supporters van Sint Truiden aanwezig op beide tribunes.

Aan de andere kant van de straat een supermarkt met restaurant gedeelte waar een aantal supporters van de thuisploeg wat drinken. Alwaar ik ook groundhopper Hans Douw net voor de wedstrijd begon kon vertellen dat de wedstrijd om 16:15 uur begon. Het rondje stadion leek onmogelijk. Waar je normaal aan het einde van de hoofdtribune rechtsaf zou slaan om achter het doel terecht te komen was niets. Een kleine ingang waar ik de spelers van Sint Truiden naar binnen zag gaan. We liepen nog even rechtdoor, langs het dichtgetimmerde cafe met twee namen. Op de voorgevel Café le Stade, op het raam Café du Stade. Ik denk dat dit het meest gefotografeerde dichte café in de wijk is.

Terug in de tijd

Het was daarna nog een klus om bij de tribune te komen, waarvoor ik een kaart had. Nadat je het dichtgetimmerd café bent gepasseerd de straat naar rechts blijven volgen en komt dan na een kleine 400 meter bij de ingang terecht. Je bent er echter meer dan welkom, want de (groene) loper is uitgelegd over het beschreven terrein en leidt naar de ingang van de tribune.

Eenmaal binnen de trap op naar mijn zitplaats. Vanaf daar een mooi uitzicht over het stadion. Rechts achter het doel een gebouw met kleedlokalen en naar ik aanneem ook de sponsorplaatsen. Leuk om zo eens links en rechts rond te kijken, van een echte voetbalsfeer was echter niet echt sprake. Seraing heeft op de tribune waar ik zat een sfeervak dat geluid maakte, maar niet echt origineel was. Ik voelde enige weemoed, bedacht me dat de tribune waar ik mocht zitten voorheen een staantribune was die tot een jaar of tien geleden nog overdekt was. Ook ik kan niet overal op tijd zijn.

De neef van Hans Galjé

Wat mijn interesse opwekte, is dat op de bank bij Seraing een reservekeeper zat met een bekende achternaam, Timothy Galjé. In mijn jonge jaren keepte Hans Galjé een aantal jaren bij FC Den Haag en hij was één van mijn helden. Vooral nadat hij in maart 1977 twee penalty’s stopte van PSV in een bekerwedstrijd. En daarmee FC Den Haag naar de halve finales van de KNVB Beker hielp. Ik durfde niet te kijken, draaide me steevast om op Midden Noord als een speler van Den Haag moest schieten. Gelukkig was daar Hans Galjé nog. FC Den Haag werd een ronde later uitgeschakeld door PEC.

Na een paar goede jaren bij Den Haag werd hij verkocht aan Ajax. Van daaruit is Hans naar België gegaan waar hij nog heeft gekeept bij Kortrijk, Waregem en Club Brugge. Hoe dan ook, eenmaal thuis heb ik het eens opgezocht, het blijkt dat deze meneer een neef is van Hans Galjé. Laatstgenoemde heeft zich inmiddels tot Belg laten naturaliseren.

Mondkapje verplicht

Veel volk was er niet, op de tribune was het dragen van een mondkapje verplicht. Dit werd ook fanatiek gecontroleerd door de stewards. Mijn bril besloeg fors door het mondkapje en kou. Ik besloot uiteindelijk niet het leven te laten op een koude tribune ver van huis waar men een taal spreekt die ikzelf niet goed beheers. Ook zij konden er niet voor zorgen dat er meer sfeer kwam tijdens de wedstrijd. Daarbij speelde ook mee dat Seraing al snel 1-0 scoorde en gewoon beter speelde dan de gasten. In de tweede helft scoorde de thuisploeg wederom. Zo pakt de thuisploeg met 2-0 de overwinning. Samenvattend was het een leerzaam dagje waarop ik mij goed realiseerde dat behaalde resultaten in het verleden niet altijd een zekerheid zijn in het heden.

Gerard van Elck
Gerard van Elck, opgegroeid in Den Haag, 1e wedstrijden bij ADO en Holland Sport (bij vader achterop de fiets naar Zuiderpark en Houtrust, vanaf 1971 gefuseerd tot FC Den Haag), gek van voetbal, pre- en postmatch pint en vooral Sheffield United (1e bezoek in 1981) en daardoor bekend als Dutch Blade. Bezoekt regelmatig wedstrijden over de grens, woont dan ook vlak bij Duitsland en België, voorkeur voor kleine clubs in oude stadions...

    Ook leuk om te lezen

    Reageren is niet mogelijk.