In de actualiteitIn gesprek met

In gesprek met de MI-Side: “Niemand durft naar Leeuwarden te komen”

Het is zaterdag 25 januari als ik aan een tafel in een kleine bar in Leeuwarden zit. Aan de wanden hangen Cambuurshirts, groepsfoto’s van voetbalsupporters en een shirt met de letters 1,3,1 en 2. Op een van de muren prijkt een gigantisch blauwgeel logo van de MI-side, de fanatieke kern van Cambuur Leeuwarden. Aan dezelfde tafel als ik zitten Monnie, Flo en Patrick. Zij versleten een groot deel van hun leven op de tribunes van het Cambuurstadion. De bar waarin we zitten is hun eigen clubhuis.

Het gesprek duurt niet lang of Flo staat op en trekt zijn shirt omhoog. Op zijn rug is de Oldehove getatoeëerd. Wat de Dom voor Utrecht is, dat is de Oldehove voor Leeuwarden. Alledrie hebben ze meerdere tattoos van hun club, van hun stad. Als ik nog niet wist dat ik te maken had met fanatieke Cambuursupporters, dan weet ik dat nu wel. De Leeuwarders zijn rond de veertig jaar oud. Ze kennen elkaar van Cambuur, kwamen al op jonge leeftijd in het stadion. Raakten gefascineerd door de spanning op wedstrijddagen, de sfeer op de MI-Side en de vijandigheid richting rivaliserende ploegen. Al tijdens hun jeugd draaide hun leven om Cambuur. Nu, tientallen jaren later, is dat nog steeds zo.

Patrick kan zich zijn eerste stappen op de tribune nog goed herinneren. “Ik raakte gefascineerd door de sfeer, die kick van de vijandigheid die er tijdens wedstrijden heerste. Ik ging er al snel in mee. Het begon met uitdagen, dingen roepen. Vervolgens stenen gooien, later met een klein groepje naar mijn eerste uitwedstrijd. Bij FC Eindhoven op bezoek, het werd meteen matten. Ik was verkocht. Door het geweld, dan. Het voetbal zelf interesseerde me niet zoveel. Nog steeds niet.”

Monnie en Flo houden wel van het spel. “Ik kijk meerdere wedstrijden per week, los van Cambuur”, zegt Flo. “Maar die confrontaties zijn voor ons wel een belangrijk onderdeel van het voetbal”, vult Monnie hem aan. “We zijn verslaafd aan die kick van het vechten, hopen iedere week op die confrontatie. Maar er gebeurt al een hele tijd niets. Niemand durft naar Leeuwarden te komen. Voor de bekerwedstrijd tegen Feyenoord in december huurden we speciaal een kroeg af. Stond er 100 man paraat. We weten dat een club als Feyenoord groter is dan wij, maar toch hopen we op die confrontatie. Vooraf hebben we nog contact gehad met die gasten, maar uiteindelijk kwamen ze niet. De politie kwam wel. We hadden een andere kroeg afgehuurd dan normaal, en ze dachten daarom dat er honderd Rotterdammers in hun binnenstad stonden. Ze schrokken zich rot.”

Al snel gaat het over confrontaties uit het verleden. De drie praten luid, opgewonden. Ze zijn zichtbaar enthousiast als ze het over knokpartijen in steden als Deventer, Groningen of Amsterdam hebben. Zoals vrienden dat doen wanneer ze samen komen, halen ze gedeelde herinneringen op. Monnie ziet het ook zo. “Wat dat betreft zijn we niet heel anders. In het weekend drinken we wat met elkaar, kijken we voetbal en halen we herinneringen op. Alleen zijn onze herinneringen iets extremer zijn dan die van de gemiddelde vriendengroep.”

Hij denkt hardop terug aan de uitwedstrijd bij Ajax in 2014. “We kregen die dag vrij vervoer naar Amsterdam. Vooraf plaatsten we een oproep om de trein van 10:04 vanuit Leeuwarden naar Amsterdam te nemen. We rekenden op een groep van 100 á 150 man, maar er stonden uiteindelijk zeshonderd Leeuwarders op de Wallen. In de stad was het gezellig, maar bij het stadion werd het een grote chaos. De politie zette ons op de metro en stuurde ons er voor het supportershome van Ajax weer uit. Da’s vragen om problemen. Er vlogen meteen allemaal bierflesjes boven onze hoofden en wij zijn natuurlijk ook niet zo heilig als de Paus. Die gasten van Ajax maakten nog niet eerder mee dat ze bij hun eigen stadion werden aangepakt. Kregen we later veel respect voor. Binnen ons wereldje dan, de lokale driehoek was er niet erg blij mee.”

Hij memoreert ook een uitwedstrijd bij MVV. “Voor die wedstrijd huurden we een dubbeldekker af om met een grote groep naar Limburg te gaan. Besliste de politie een aantal weken voor die pot dat uitsupporters niet welkom waren. Flo heeft toen allemaal pamfletten gemaakt om te doen alsof we naar de Amstel Gold Race gingen, alsof we wielrenfans waren. Twaalf kilometer voor Maastricht maande de politie ons tot stoppen. Toen we zeiden dat we met z’n allen de Amstel Gold Race gingen bekijken, bleek dat die race de dag ervoor al plaatsgevonden had. Konden we dat hele kut eind weer terugrijden. Uiteindelijk zijn we naar Arnhem gegaan, hopen op een confrontatie met gasten van Vitesse. Werden we weer ingesloten door de politie. Mooie dag was dat.”

Dergelijke politieoptredens zijn niet zeldzaam. Het is tegenwoordig moeilijker de confrontatie op te zoeken dan voorheen, beaamt Monnie. “De politie krijgt er meer grip op. Vroeger liepen we na de wedstrijd standaard om het stadion heen, werd het geheid vechten. We kwamen ook weleens op de thuistribunes. Bij Eagles bijvoorbeeld, of bij PEC. Stonden we daar met 12 man tegenover 50 Zwollenaren. Tegenwoordig is dat moeilijk. Camerabewaking, betere politiesurveillance.”

Bovendien wordt er gestrooid met stadionverboden, zegt Flo. Hij kreeg zelf ook meerdere malen een stadionverbod opgelegd, al trok hij zich daar voorheen weinig van aan. “In het verleden kon je nog weleens met een stadionverbod de tribune op. Ik heb eens een colbertje aangedaan, een bril opgezet en een pruik op m’n hoofd gezet. Zat ik als een soort professor op de tribune. Die pruik was zo goedkoop en nep, dat een aantal stewards me meteen herkende. Is er in het stadion een soort achtervolging ontstaan. In die achtervolging ben ik een snackwagen ingedoken, heb ik daar een uur gelegen terwijl die eigenaar druk patat aan het bakken was. Ze hebben me niet gevonden.”

Niet alleen tíjdens de wedstrijden probeert de overheid grip uit te oefenen op hooligans, vertelt Monnie. “De politie probeert jonge gasten al snel op andere gedachten te brengen. Gaan ze bij de ouders thuis langs, proberen ze die jochies te intimideren. Het werkt voor geen meter, want hooliganisme blijft trekken. Al sinds de jaren zeventig. Ook nu loopt er bij Cambuur een flinke groep van 18, 19-jarigen rond.”

Die nieuwe groep hooligans zoekt zijn heil niet alleen rondom voetbalstadions. Door hogere straffen, verplichte combi’s en betere camerabewaking is voetbalgeweld schaarser geworden. Sommigen zoeken de confrontatie daarom elders op. De laatste jaren doken er op internet geregeld video’s op van gevechten tussen voetbalsupporters op afgelegen bospaden of weilanden. Ook een groep van de MI-side doet daaraan mee, vertelt Monnie: “We hebben een groep jonge gasten die daar zijn hand niet voor omdraait. Ik ben zelf een aantal keer meegegaan, maar het is niet mijn ding. Wij komen gewoon met onze eigen groep, andere clubs trekken een sportschool leeg, nemen een paar vechtsporters mee. Sta je ineens tegenover een MMA-vechter. Daar is geen zak aan voor ons. Die dingen leven vooral bij de nieuwe jongens.”

Ook Patrick is niet weg van de georganiseerde gevechten. “Een deel van de kick verdwijnt. Confrontaties in steden zijn onvoorspelbaar, het kan op ieder moment losgaan. Als wij met onze groep door een vreemde stad lopen is er continu spanning. Je weet dat er na ieder steegje een grote groep gasten voor je neus kan staan. Dan moet je ballen tonen, of je nu met z’n tienen of vijftigen bent. Dat geeft een kick. Bij georganiseerde gevechten weet je wat je kunt verwachten. Als de vechtpartij over is schudden ze elkaar de hand en gaan beide groepen weer hun eigen kant op.”

Mede omdat er de laatste jaren weinig gebeurt, noteren de drie de wedstrijden van het Nederlands elftal in hun agenda. Niet omdat ze graag Davy Pröpper zien spelen of omdat ze zo graag de wave doen, zegt Flo: “De supporters van het Nederlands elftal, dat zijn de ultieme kutsupporters. Gasten die verkleed als wortel of in een schaatspak de tribune opgaan, wat een idioten. Toch leven die wedstrijden nog bij groepen als wij. Vanwege wat er búiten het stadion gebeurt. Ook bij andere clubs als ADO, Groningen of De Graafschap is dat zo. We vechten dan zij aan zij tegen Engelsen of Duitsers, geen probleem. Hoe groter de groep, hoe groter de kick.”

“We bezoeken ook buitenlandse wedstrijden met onze groep”, zegt Monnie. “Met jongens van Hull City hebben we bijvoorbeeld een goede band, dat gaat al tot twintig jaar terug. We gaan twee keer per jaar die kant op. Via die gasten van Hull heb ik zelfs een gastrol in ID2: Shadwell Army gekregen. Een Engelse film over hooliganisme. Focking slechte film. De avond voor die opnames natuurlijk enorm gezopen, dus ik stond met m’n brakke kop voor die camera. Wel lachen. Die film heeft gewoon in de bioscopen gedraaid. Binnenkort gaan we weer met een groep naar Hull, pakken we een uitwedstrijd mee.”

retro voetbalshirts
In de Hekken Shop
In de Hekken
Over de schrijver

In de Hekken brengt vanaf 2010 een doorlopende ode aan de voetbalsupporter, en is sinds die tijd één van de grootste websites voor (fanatieke) voetbalsupporters in Nederland en België.