Columns

De wilde bus van Helmond Sport

Tattoo-Helmond-670x300

Op die bewuste vrijdag, de dag dat het uitduel tegen F.C. Volendam gepland stond, had ik een vrije dag. Op onbewuste vrijdagen was ik trouwens ook vrij van werk, omdat ik geen werk had. “Doe je voorzichtig, schat?” zei mijn vriendin. “Ja, ik doe voorzichtig, muts. Het is gewoon een feest, niks geen rellen hoor. Tot uh…vanavond ooit ‘s, ik moet er van tussen nu, anders haal ik ‘t nie.” Kus, smak (als in: deurgeluid).

Supporters maken er een bende van, zo zegt de regering. Bij zowat geen enkele wedstrijd kunnen wij daarom nog in de middag een pint komen drinken in de stad waar ons cluppie de uit-wedstrijd te spelen heeft. Zowat zeg ik, d’r is één uitzondering: F.C. Volendam uit. En daar maken wij Hellemonders dan ook goed gebruik van.

Twaalf uur ‘s middags kwam ik op m’n fietske aan bij sportpark De Braak. De door de harde kern geregelde bus stond al klaar. Buiten stonden wat kerels een biertje te hijsen en in de bosjes te pissen. In m’n plastic Aldi-tas zat wat te vreten en natuurlijk Helmond’s favoriete bier: Schultenbräu. Schultenbräu: goedkoop en gezellig. Ik stapte de bus in en zocht naar wat maten om me bij aan te sluiten. “Ey Willempke, matje.” -“Ey gàllie ok hier, we vatte d’r ein.” en daar gingen de eerste flessen de keel in. Met ‘de wilde bus’ op weg naar Volendam…

Zoals ooit de schoorstenen naast ‘de knáál’ in ons verguisde industriële verleden de stad met een dikke laag rook bedekte, zo bedekte een dikke blauwe rookwalm na een paar minuten al de gehele bus. “Beste mensen, mijn naam is Martijn, ik ben jullie buschauffeur. Het is meer dan twee uur rijden naar Volendam. Het is verboden te roken in de bus, laten we het gezellig houden.” Er werd stevig doorgepaft, want ook wij wilden het gezellig houden.

Sommigen werden aardig rustig door wat ze inhaleerden. Één van de Helmonders was zo fervent van Nederland’s groene goedje, dat ie zelfs een blijvend plakplaatje op zijn onderarm droeg waarop het old school Helmond Sport logo en de uit ons stadswapen ontleende Hellemondse ridderhelm te zien waren, beide liggend in een bedje van getatoeëerde marihuanabladeren.

Mijn flessen bier waren netjes door mijn vriendin in folie verpakt, ze bleven goed koel! Het was vooral schreeuwen tegen elkaar in de bus, met op de achtergrond heerlijke ’90s Hardcore waar niet echt bepaald op mee te fluiten viel. Terdege werd het eerste couplet van ons onofficiële clublied ingezet: “ ‘t Seizoen deh is begonne, de punte worre getèld. En as die dan nie komme, gebroike wai geweld. Hàlt deh ok niks oit, ja dan klimme we op ’t veld; de media, de speulers ja, iederein stuh verstèld.”

Zo’n vier keer werd Martijn gesommeerd naast de snelweg te stoppen, er moesten elke keer teveel mensen tegelijk pissen, omdat elke keer teveel mensen tegelijk teveel bier op hadden gezopen. De berm in, met een pils in de linkerhand en het geslachtsapparaat in de rechterhand. Tijdens de laatste stop vlakbij Volendam, stonden we hoog vanaf de rand van de snelweg naar een stel bejaarden te kijken op een golfveld beneden. De golfers sloegen onze lullen gade. De golfballen sloegen ze mis. Een bibberige bejaarde mikte een meter of drie naast het putje. Een kreet vanaf de snelweg: “Laat je club, maar in de steek, en laat je club maar in de steek!” Een ander: “ Haha! Ik lach m’n lul uit m’n broek!” Ja, het werd de hoogste tijd Volendam te ontdekken.

De bus werd in het centrum leeggegooid, we gingen direct op weg naar café ’t Motje. Ik voelde me wazig. En wazig voelden wij ons allemaal. In ’t Motje waren er Jägermeisters te vinden. Die werden voor geen ene meter genipt. Slechts werden zij in meters achterover geslagen. Omdat er bieren van de tafels waren geflikkerd, vroeg de jongen achter de bar of ik wilde ophouden met boven het hoofd geslingerd worden door drie andere Helmonders. Ik besloot om maar even op te knappen in de shoarmatent.

Ik was niet de enige die na de flitsende start in de partybus, last had gekregen van de hongerklop. Een stuk of tien Helmonders zat tegen de schapenvleesschaver aan te zeveren. Omdat er eentje voorschoot, of zo, beukte een andere Helmonder die ene Helmonder z’n muil open. Al gauw kwam een derde stadsgenoot ertussen, de boel werd gesust. “Ge sloegt as een wijf trouwens” zei ie tegen de geweldpleger. Zinloos geweld, dat lossen we in Helmond zelf wel op.

Terug in café kwam ik erachter dat er een hele stroom supporters zijn weg maakte buiten ’t centrum. Ik liep er maar wat achteraan, ik weet bijgod niet meer met wie ik over wat heb lopen ouwehoeren. ‘k Kan me herinneren – en het ging hier om een surrealistisch moment – dat mijn benen uit de armsgaten van mijn jas staken. Op een gegeven moment kwam ik erachter dat deze groep haar weg aan het maken was naar het Veronica-stadion omdat de wedstrijd op het punt stond van beginnen. Dus: gáuw terug naar café ’t Motje! Een stuk of dertig van ons zat aan de bar te tanken, deze groep wilde hetzelfde als ik en dat was geen lauwe cola in een plastic mok zoals je die in die klote-uitvakken mag bestellen.

Toen de pot zowat op z’n eind was, trok ik met een kornuit dan eindelijk toch richting stadion: onze feestbus zou ons daar oppikken. “Gai daar, lillekerd, wij willen naar binnen!” riep m’n maat naar een Volendamse steward. Die knakker bekeek onze kaartjes, die al uitgedeeld waren in de bus, en zei: “Ja, maar jullie horen in het uitvak thuis, jongens, jullie zijn niet van hier.” -“Doe nie zo moeilijk man, wij zijn Volendammers, wannie.” Ongeloof bij de steward. “Allee, waarom geloof je ons nie? Wij hè, wij zijn de twee vaders van Jan Smit!” De steward had moeite met ad rem reageren. We klommen het hek in en begonnen er hevig in te schudden. “Ey Volendammers, ja jullie! Jan Smit, hè, die dauwt z’n lul in pindakaas, ja, echt: Jan Smit dauwt z’n lul in pindakaas!” Oom agent kwam ter plaatse en besloten werd ons naar de inmiddels gereed staande bus te begeleiden. De wedstrijd was verder kansloos verloren gegaan, ik weet niet met hoeveel. Belangrijker was dat ik de hele terugweg nog koud bier voor de boeg had, met dank aan de folie van die goeie huisvrouw van me. Twee uur lang heb ik met m’n knuisten tegen het plafond staan rammen, terwijl een ander hetzelfde deed tegen een busraam. Op ’t ritme van deze slagen zongen we onophoudelijk het refrein van ’t zo eerder genoemde, dubieuze clublied dat ooit ’s uit handen kwam van de Helmondse formatie ‘Vender’s Breakfast’: “Vur welleke club bende gai, vur welleke club bende gai? Tuurlik vur Hel-mond-Sport!” Er was ook een zatte dame aan boord van ons langzaam zinkende schip. Het ene moment zat ze nog mee te zingen, ’t andere moment kapseisde haar hoofd. Buts, op een tafeltje. Daar lag ze, helemaal out. “Laat ‘r maar efkes liggen, die komt wel boven water.” zei haar liefdevolle echtgenoot.

Schade die berokkend is door de harde kern van Helmond Sport: twee Helmonders met een blauwe plek, omdat ze elkaar stompten vanwege honger waar verder geen Volendammer bij betrokken was, en kapotte knoken vanwege dat keiharde plafond in die bus. Het incident met de auto die een blik bier op zijn motorkap had gekregen die vanuit het dakluik van de bus was gegooid eerder die middag op de snelweg, wel, daar red ik me uit door te zeggen: ‘die kerel die dat blik gooide hoorde eigenlijk niet bij ons’. Verschil van inzicht moet er wezen: dat wat men in de Haagse politiek hooliganisme noemt, noem ik louter een feestje. Nou vooruit dan: een wild feestje. Maar dat kan ook niet anders als je op rak bent met de wilde bus van Helmond Sport.

Redactie: Willem maakt zijn heerlijke debuut op In de Hekken met dit verhaal, maar doet met ditzelfde artikel ook mee aan een schrijfwedstrijd op Editio, waar hij zich als rechtgeaarde voetbalsupporter natuurlijk een beetje tegen het establishment keert door gewoon lekker zichzelf te zijn. Stem dus met een like op die man zodat hij extra gemotiveerd raakt om voor ons te schrijven!

Bij PGWEAR kan je altijd terecht voor een unieke kledinglijn voor fanatieke supporters. Kijk nu voor onze grote zomersale op PGWEAR.nl, de officiële webshop van het merk in Nederland. Alle bestellingen binnen Nederland en België worden vanaf 50 euro gratis verzonden!

Willem
Over de schrijver

In mijn 9e levensjaar kwam ik erachter dat er in mijn stadje Helmond een profclub bestond net zoals "Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven dat hebben" zoals mijn vader mij dat toen vertelde. Ik was verguld van trots, maar kwam er gauw achter dat het om een ander niveau ging. Mijn eerste wedstrijd was Helmond Sport vs Top Oss, een prachtig affiche. Een applaus was de wedstrijd niet waard, maar de humorrijke sfeer in het laagdrempelige stadion De Braak op de toenmalige AA-side waar de harde kern stond, maakte mij stante pede Helmond Sport supporter, tot op de dag van vandaag.
    Ook leuk om te lezen...
    In de actualiteit

    KNVB toont pijnlijk gebrek aan empathie

    Het seizoen vanIn de actualiteit

    Het seizoen van: Helmond Sport

    Vriendschapsbanden

    Vriendschapsbanden: de rauwe identiteit van Helmond en Burnley

    In de actualiteit

    De media zijn Helmond Sport wel een excuus schuldig