In de actualiteitIn gesprek met

In gesprek met Tom Saintfiet: Bondscoach en voetbalnomade (1/2)

In de Hekken Shop

Tom Saintfiet is een Belgische trainer die al in tien landen bondscoach is geweest. Zijn carrière bracht hem onder andere in landen als Jemen, Finland, Tanzania en de Faeröer Eilanden. In ons gesprek vertelt hij ons over de supporterscultuur in Afrika, overvolle stadions, zijn bijzondere samenwerking met Emmanuel Adebayor en nog veel meer.

Hoi Tom Saintfiet, op welke exotische plek bevindt u zich nu?
“Hahaha, op dit moment verblijf ik in Mol in België. Nu ik mijn contract als bondscoach van Gambia heb verlengd, verblijf ik het langst in België. Ik reis heel veel rond in Europa om spelers en wedstrijden te bekijken. Een hele mooie job natuurlijk!”

U bent natuurlijk in heel veel landen trainer en bondscoach geweest, maar wat is de mooiste plek waar u trainer bent geweest?
“Als je puur kijkt naar de omgeving en het land, moet ik twee plekken aanduiden. De eerste zijn de Faeröer Eilanden. Ik heb er gevoetbald en ben daar trainer geweest. Echt prachtige eilanden, maar ook een zeer mooie voetbalcultuur. Echt een plaats die iedereen moet bezoeken als je wat van de wereld wilt zien, maar ook echt als je voetbal op een andere manier wilt beleven.

Het tweede land, maar ik kan zeker niet kiezen welk land mooier is, is Namibië. Namibië vind ik ook een prachtig land. 27 keer zo groot als België, maar het land heeft maar 2 miljoen inwoners. Een heel gevarieerd landschap. Je hebt bijvoorbeeld wildlife parken, zandvlaktes, maar het is ook heel modern. Eigenlijk een soort Europa in Afrika. Heel veilig land ook. In beide landen heb ik ook het meeste plezier gehad qua wonen.”

U bent natuurlijk op dit moment bondscoach van Gambia, maar waar wilt u ooit nog trainer zijn?
“In eigenlijk een lange tijd ben ik niet echt op zoek naar een nieuwe stap, omdat er voor mijn gevoel nog heel veel potentie en mogelijkheden in Gambia liggen.

Op dit moment gaat het als bondscoach van Gambia heel goed. Maar in de voetballerij weet je nooit hoelang dat duurt. Twee jaar geleden begon ik aan de job en had het land in vijf jaar geen competitieve wedstrijd gewonnen en in de historie nog nooit een uitwedstrijd in competitieverband gewonnen. Nu hebben we gewonnen van Marokko, Angola, Benin, Guinea en gelijkgespeeld tegen Algerije. Dus het loopt geweldig goed. Ik werk ook samen met geweldige voetballers die veelal in Italië voetballen. Bij bijvoorbeeld, Atalanta en Bologna, dus dat is ook hartstikke mooi.

Ik zou het ook heel erg leuk vinden om bondscoach te worden van de Faeröer Eilanden. Daar zou je niet naar een WK kunnen gaan, maar dan werk ik wel met de beste spelers van een prachtig land waar ik ooit nog eens naar zou willen terugkeren. Er is nog een aantal waar ik graag zou willen werken, maar ook plekken waar ik ooit gewerkt heb, zou ik niet afslaan.

Anderzijds heb ik één ultiem doel en dat is dat ik naar een WK wil als bondscoach zijnde. Dat mag met een Afrikaans land, Caribisch land, Aziatisch land of een Europees land. Maar ik moet ook realistisch zijn. Sportief gezien is dat mijn ultieme doel.”

Als trainer en bondscoach bent u veelal in Afrika actief geweest. Hoe is de sfeer in de stadions in Afrika in het algemeen?
“Totaal niet te vergelijken met Europa! In elk land waar ik in Afrika gewerkt heb, is er een enorme gepassioneerde sfeer in de stadions. Als trainer en als speler doe je het daarvoor. Je wilt voor een groot publiek kunnen spelen, in een vol stadion met een leuke sfeer. Soms is die sfeer ook minder leuk. Als je bijvoorbeeld niet aan de winnende hand bent, dan kan het soms ook wel dreigend zijn. Maar dat hoort erbij.

Een tijdje terug las ik een interview met een Engels-Gambiaanse speler, Mustapha Carayol, en hij werd gevraagd waar hij het meeste spijt van had. Hij gaf toen aan dat hij spijt had van dat hij zo laat voor het Gambiaans elftal had gekozen, want hij hoopte eerst nog op Engeland. De atmosfeer in de stadions in Gambia heb ik nog nooit ergens meegemaakt, niet in Engeland en niet in Turkije.

Hij doelde ook met name op één specifieke wedstrijd. Mijn allereerste wedstrijd met Gambia, in september 2018, speelden we tegen Algerije. Het stadion heeft een capaciteit van 25.000 plekken maar er zat 40.000 man in het stadion. De mensen zaten op de daken, in de lichtmasten en ze stonden gewoon achter mij op het veld. De wedstrijd werd ook 1,5 uur vertraagd, omdat Riyad Mahrez niet wilde voetballen. Het leger moest er aan te pas komen om tussen de mensen te staan. Geweldige atmosfeer!
Tom Saintfiet bondscoach van GambiaGambiaans stadion gevuld met supporters


Ik heb een soort gelijks iets meegemaakt als bondscoach van Ethiopië. We speelden destijds tegen Nigeria en toen kwam ik om 08.00 uur langs het stadion en toen stonden er al duizenden mensen terwijl de wedstrijd om 16.00 uur was. Het stadion zat dus tot de nok vol. Voor de wedstrijd werd het nationale lied van Nigeria ten gehore gebracht via een Cd’tje. Daarna begon de fanfare het volkslied van Ethiopië te spelen en begonnen 30.000 mensen het te zingen. Nu dat ik het vertel, krijg ik weer kippenvel.

De mensen hier houden echt van voetbal. In Europa hebben we natuurlijk heel veel sporten zoals wielrennen, hockey en tennis. In Afrika heb je minder variëteit en de mensen adoreren echt hun idolen. Iedereen speelt voetbal, op elke strandje. Ze vinden het natuurlijk prachtig om alle grote spelers van hun eigen land, maar ook van de tegenstander aan het werk te zien. Als we bijvoorbeeld tegen Algerije spelen, ben ik ervan overtuigd dat heel veel mensen kwamen kijken om Mahrez te zien.”

Is er ook nog een land of club dat qua supporters er tussenuit springt?
“Ik heb Young Africans (Yanga) in Tanzania getraind, dat is samen met Simba één van de grootste clubs in Tanzania. Tanzania is voor Europeanen niet echt een voetballand, maar het voetbal is enorm groot in het land.

Er leven ongeveer 40 miljoen mensen in het land en de ene helft is voor Simba, de rood-witten, en de andere helft is voor Young Africans, de geel-groenen. Dat is echt zo gesplitst. In het land heb je ongeveer 40 kranten en 20 daarvan gaan daar alleen over voetbal. Deze kranten zijn soms ook geprint in de kleuren van de clubs.

Toen ik aankwam op de luchthaven in Tanzania stonden voor de douane al 4 á 5 mensen van de club mij op te wachten om te kijken of ik niks roods, de clubkleur van de rivaal, aan had. Buiten stonden 500 mensen mij op te wachten, maar gelukkig was ik goed voorbereid en had ik niks roods aan. Bij oefenwedstrijden van Young Africans zaten er 10 tot 15 duizend toeschouwers en tijdens de competitiewedstrijden zaten er 40 duizend. Over heel Afrika heeft de club ongeveer 10 miljoen supporters!

We speelden een keer een uitwedstrijd tegen Mbeya City. Dat is een busreis van 1.000 km. Ongeveer 50 km voor Mbeya stonden auto’s en bussen ons op te wachten om ons een escorte te geven naar de stad. Tijdens de wedstrijd zaten er 20.000 toeschouwers in het stadion en 19.500 stonden gekleurd in geel-groen! De passie van de mensen is echt speciaal.”
Tom Saintfiet komt aan bij Yanga in Tanzania


Moest u wennen aan de cultuur toen u voor het eerst naar Afrika vertrok en in Namibië aan de slag ging?
“Nee, eigenlijk niet. Ik had daarvoor al aardig wat clubs gecoachte, dus ik was al redelijk een ervaren trainer toen ik op 35-jarige leeftijd naar Namibië ging. En in Namibië hoefde ik mij niet aan te passen. Het is zo’n mooi land, alles is zo modern. Ik zeg altijd dat Namibië een beter wegennetwerk heeft dan België, haha. Dat is ook niet erg moeilijk. De voetbalbond was goed georganiseerd en we hadden een mooi stadion. Dus het was niet moeilijk.

Ik heb mijzelf ook al jaren er op voorbereid. Ik had altijd de droom om ooit bondscoach te worden en ik wist natuurlijk dat ik niet direct bondscoach van België of Nederland zou worden. Ik heb zelfs nog ergens een fax waarmee ik als 26-jarige jongen solliciteerde om bondscoach te worden bij Zimbabwe. Vroeger las ik ook altijd het magazine Afrique Football, dus op zich was het niet echt een aanpassing. Vooraf lees ik mij ook altijd in over de cultuur van het land, maar ook over de voetbalcultuur. Maar voor mij is dat geen moeite, het is wel een uitdaging maar ik doe dat wel met plezier.”

In welk land was dat het meest uitdagend?
“Misschien Jemen? Ik ben in 2012 naar Jemen vertrokken, nadat ik met Yanga de CECAFA Cup (Champions League voor Centraal- en Oost-Afrika) had gewonnen. Op dat moment werden alle Europeanen opgeroepen om Jemen te verlaten, omdat er op dat moment wat dreigingen waren in het land. Al Qaida had het hoofdkwartier daar, wat kidnappings en wat conflicten met lokale stammen, die soms mensen kidnapten. Ook was er het begin van een beetje een burgeroorlog tussen Noord- en Zuid-Jemen. Dus er waren wat spanningen. Op dat exacte moment ging ik alleen naar Jemen.

Ik heb daar fulltime gewoond. Ik heb daar regelmatig schoten en explosies gehoord. Ik zat een keer in een restaurant met mijn spelers en toen moesten we snel onder de tafels schuilen, omdat er op straat werd geschoten. Er gebeurde ook altijd wat als wij met het nationale team weg waren.

Toen ik nadien weg was uit Jemen, miste ik de spanning. De spanning was normaal geworden. Ik mocht nooit naar buiten, ik moest altijd om mij heen kijken en ik had altijd mensen om mij heen die mijn veiligheid verzekerden. Iedere keer de spanning als je de bus instapte. Iedereen liep rond met een Kalasjnikov. Overal waar je binnen kwam, zag je mensen met een Kalasjnikov. In het hotel waar ik verbleef had iedereen een Kalasjnikov, kinderen van 10 jaar met een Kalasjnikov. Dus die spanning was constant.

Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik Jemen ook een prachtig land vind. Mocht het land weer stabiel worden, dan is het een aanrader voor toeristen. De natuur is prachtig, schitterende bergen. Jemen is het enige Arabische land dat nog de originele architectuur heeft. De mensen zijn ook heel vriendelijk. Ik heb ook altijd met veel plezier in het land gewerkt.

In 2019 werd ik gevraagd om nogmaals bondscoach te worden om het team tijdens de Golf Cup te leiden. Maar omdat ik bij Gambia zat, heb ik het niet kunnen doen. Ik heb wel een bijzondere band met Jemen omdat ik 24/7 het gevoel had dat het heel anders is dan waar ik vandaan kwam.”
Tom Saintfiet geeft instructies

In de Hekken Shop
In de Hekken Shop
Over de schrijver

Mijn naam is Sander Wesdijk en ik heb een passie voor voetbal, reizen en fotografie. In het weekend volg ik meestal mijn club Excelsior achterna, maar ik ben ook vaak bij een obscure wedstrijd te vinden in bijvoorbeeld Polen of Israël. Tijdens wedstrijden vind ik het schitterend om de emoties van de supporters vast te leggen met mijn camera. Deze foto's wil ik graag met jullie delen!
Ook leuk om te lezen...
In de actualiteitIn gesprek met

In gesprek met Tom Saintfiet: Bondscoach en voetbalnomade (2/2)

Groundhopping

Verdwijnend juweeltje in België: Stade Robert Lecomte

België & NederlandGroundhoppingIn de actualiteitIn de fotoreportagesPitchD.TV - Groundhopping

Echte kelderklasse sfeer in het Waalse Saint-Germain

België & NederlandGroundhoppingIn de fotoreportagesPitchD.TV - Groundhopping

Sporting Kampenhout: Balancerend tussen nationaal en regionaal voetbal