Voetbal in Italië

Het zwartste goud – De twee gezichten van Treviso

Een groundhopper verkiest doorgaans charme boven glorie, en reputatie boven repetitie. In Treviso komen charme en reputatie samen. De inwoners pogen het bestaan van dit verborgen en bloedmooie ‘klein Venetië’ geheim te houden voor het massatoerisme. Tegelijkertijd is dat niet het enige dat de lokale bevolking onder de pet houdt. Een paradoxale reportage vanuit een sprookjesstad over de twee gezichten van voetbalclub ACD Treviso.

‘Wij zijn een deftige stad die al eeuwenlang welstand, klasse en stijl uitstraalt. Begin jouw verhaal daarom alsjeblieft niet met wat ik je nu ga laten zien.’ Aan het woord is Giulio, een kennis van onze Italiaanse buurvrouw Elena. We passeren het Piazza dei Signori (‘Plein van de Heren’) en komen na de hoek tot stilstand. ‘Ik kan de naam van het plein nu al wat beter plaatsen’, zeg ik terwijl Giulio de Fontana delle Tette van dichtbij bekijkt. De fontein van een ontblote dame met twee stralen water uit haar boezem doet hem zichtbaar plezier.

Ombralonga

‘De mythe gaat dat er uit deze fontein in het jaar 1559 de eerste drie dagen wijn stroomde in plaats van water’, begint Giulio. ‘Ter ere van de fontein organiseert Treviso eens per jaar het wijnfestival Ombralonga. Tijdens Ombralonga passeer je de vele met klimop begroeide bruggetjes in de binnenstad en struin je langs de historische pleinen, op zoek naar de beste wijnen en prosecco.’ We lopen verder. Kris-kras, links-rechts. Ik zie de stad als een octopus, die zijn tentakels over ieder beekje verder uitrolt. De speels- en grootsheid doet je een kind voelen en maakt dat ik tijdens onze wandeling meermaals zweer dat Treviso de mooiste Italiaanse stad is die ik ooit heb gezien.

‘Ombralonga lijkt me wel wat’, zeg ik. Giulio zucht. ‘De afgelopen keren waren er ongeregeldheden met hooligans van Treviso. Geruchten gaan dat het stadsbestuur de coronapandemie aangrijpt om het festival voorgoed in de ban te doen.’

We lopen richting het noordoosten en komen aan bij Stadio Comunale Omobono Tenni. ‘Hoe zit het nou met ACD Treviso?’ vraag ik. De rechterhelft van een zalmkleurige statige toegangspoort op de hoek van de Via Foscolo staat open, waardoor het stadion lijkt te knipogen. Een warme gloed valt zo het stadion in. Giulio ziet echter een andere symboliek. ‘Mark, achter deze mooie toegangspoort zit helaas een zieltogende club.’

Treviso Academy SSD


‘Begin deze eeuw speelde Treviso een seizoen in de Serie A’, vertelt Giulio. ‘Door wanbeleid van het bestuur en misdragingen van supporters is de club sindsdien driemaal failliet gegaan. Enkele jaren geleden is er wederom een doorstart gemaakt onder een nieuwe naam. De club heet nu Treviso Academy SSD en speelt op het vijfde niveau van Italië. Na de laatste doorstart zijn de ervaren jeugdtrainers opgestapt. Eerlijk gezegd zie ik de toekomst van de club somber in.’

‘Over wat voor misdragingen hebben we het dan?’ vraag ik. Giulio vertelt: ‘De fans van Lazio Roma staan bij het grote publiek bekend om hun radicale gedachtegoed, maar dergelijke sympathisanten zijn voornamelijk te vinden bij Noord-Italiaanse voetbalclubs. Hellas Verona, Atalanta Bergamo, en vooral ook hier bij Treviso. De misdragingen komen van een kleine groep, maar zijn bepalend voor de uitstraling van de club. Voor dit deel van de supporters is alles dat van buiten Treviso afkomt, ongewenst. In het verleden hebben meerdere donkere spelers van Treviso hun contract voortijdig ingeleverd. Ze werden uitgejouwd door een klein deel van de eigen hooligans. Het is onbegrijpelijk en beschamend dat de hooligans van Treviso hun eigen spelers kapot maken.’

Ik kijk om me heen, en zie veel beschadigingen en gaten in de buitenkant van het stadion. Waar dergelijk achterstallig onderhoud in Zuid-Europese landen vaak sympathiek overkomt, ogen de muren na het verhaal van Giulio ineens rauw en vijandig. We stappen naar binnen. Een typisch Italiaans stadion, met de kenmerkende ‘permanente’ noodtribunes, stelt zich aan ons voor. Op de linkerkant van de hoofdtribune prijkt een klein noodhuisje, dat Giulio ook een permanent karakter toedicht.

Ik zie nog meer Zuid-Europese kenmerken. Zo kleven er enkele flats aan het stadion. Op de muren van het stadion kleven op hun beurt dan weer veel Curva-stickers. Ik vraag me af of er überhaupt Italiaanse stadions bestaan die nog gevrijwaard zijn van dergelijke plakplaatjes. Een gammel hekje bepaalt dapper de grens tussen het veld en de tribunes. Behalve twee schoonmakers, die met grote slangen de tribunes schoonspuiten, is er niemand.

Spritz

‘Je zou het misschien niet denken’, begint Giulio, ‘maar een wedstrijddag in Treviso is legendarisch. Bere un’ombra is hier het lokale credo. Letterlijk betekent dit ‘drink een schaduw’. Vroeger werd er wijn verkocht op het San Marcoplein in Venetië, en de verkopers aldaar volgden met hun kraampjes de schaduw van de kerktoren. In Treviso hopt men van schaduw (bar) naar schaduw (volgende bar) richting het stadion, en drinkt men louter Spritz.’ ‘Aperol Spritz?’, vraag ik. ‘Nee, nee, dat is voor skiërs in Oostenrijk.’ zegt Giulio resoluut. ‘Je start met Select Spritz, dat is de originele combinatie. Daarna drink je Prosecco Spritz. Prosecco is ontstaan in Valdobbiadene, iets ten noorden van de stad. Vervolgens drink je Campari Spritz, en eventueel – als het echt moet – de toeristenversie met Aperol. En dan begin je opnieuw, tot je bij het stadion bent.

De wegen bij het stadion zijn rond de wedstrijd afgesloten. Na de wedstrijd zet het gedruis zich voort rondom het stadion, waarbij ook de spelers en de coach zich vaak komen melden. Het is hier om de week een magische miniversie van Ombralonga. Nog beter zelfs, want hier komen geen toeristen.’ ‘Het klinkt als een verplicht nummer voor iedere groundhopper’, zeg ik tegen Giulio. ‘Van mij heb je het niet gehoord’, waarschuwt hij. ‘Ik ken de reputatie van de harde kern maar al te goed. Als buitenstaander moet je niet opvallen; je moet je mengen met de lokale supporters.’ Ik garandeer hem dat dit een van de belangrijkste en sterkste karaktereigenschappen is van de ware groundhopper.

Momenteel maakt de club zich op voor de zoveelste wederopstanding. De ambiance van het vijfde niveau van Italië in combinatie met de coronapandemie doet de opkomst en de sfeer op wedstrijddagen niet veel goeds. De incidenten met de harde kern lijken op termijn de doodsteek te worden van de club. We spreken af dat ik een wedstrijd kom bijwonen zodra men weer swingt en drinkt als vanouds. ‘Maar wacht niet te lang’, zegt Giulio. Ik snap wat hij bedoelt. Het is nog maar de vraag of de club de klap van het laatste faillissement te boven komt.

Bianco e Celeste

We vertrekken en strijken neer bij Bar Bianco e Celeste (Giulio: ‘Wit en lichtblauw, de clubkleuren van Treviso’) tegenover het stadion. ‘Een latte graag.’ Giulio schiet naar voren. ‘Een latte? Het is ruim na 11.30 uur, en ook nog eens na de lunch. Dubbel verkeerd!’ Ik geef aan dat wij het dan ook een koffie verkeerd noemen. Irrelevant volgens Giulio. Zelf bestelt hij iets zwarts in een kopje ter grootte van nog geen halve espresso. Ik overdrijf niet als ik zeg dat mijn latte 20 keer zo groot is.

‘Volgens mij ziet de regio jullie als de koffie verkeerd onder de voetbalclubs, klopt dat?’ vraag ik. Giulio mijmert. ‘Ken jij de term l’oro nero?’, vraagt hij. Ik knik. ‘Het zwarte goud, de bijnaam voor koffie.’ Giulio glimlacht. ‘Inderdaad. Wij zijn geen koffie verkeerd. Daarmee doe je de stad en ook de club veel tekort. Ik denk dat je Treviso het beste kunt omschrijven als het zwarte goud. Want hoewel ik de binnenstad van Treviso zie als de grootste onontdekte schatkamer van Italië, heeft de stad door toedoen van de voetbalhooligans een zwart randje. Of zeg maar gerust een grote zwarte rand.’

‘Misschien zijn jullie dan wel het allerzwartste goud, net als jouw drankje’, grap ik. Giulio trekt een Italiaanse gezichtsuitdrukking die ik niet kan plaatsen. Het gitzwarte drankje verdwijnt in één keer in zijn keel (in twee keer was volgens mij ook niet mogelijk). Hij bestelt er direct twee Select Spritz achteraan. ‘Klaar voor een mini-Ombralonga?’ vraagt Giulio. Voor mij staat een nog altijd onaangeroerde dampende latte.

Tekst en foto’s: Mark Devilee

Panenka Magazine
Panenka kijkt anders naar de belangrijkste bijzaak van de wereld. Onze verhalen gaan over alles wat met voetbal te maken heeft, maar dan niet om transfer-bedragen, tactieken en wedstrijdanalyses. Panenka draait om de liefde voor het spelletje, van amateur tot prof, van supporter tot verzamelaar en groundhopper.

Reageren is niet mogelijk.

0 %