Voetbal in België

La la la capitale: RWD Molenbeek als liefde op het eerste gezicht

Ben je wel eens ergens voor een langere tijd neergestreken, en dacht je toen: kut, ik moet op zoek naar een nieuwe liefde? Ik kan als import Brusselaar inmiddels zeggen dat ik in RWD Molenbeek een schone minnares heb gevonden. De wedstrijd tegen Cercle Brugge voelde stiekem zelfs een beetje als liefde op het eerste gezicht. ‘La la la capitale!’ 

Wanneer je neerstrijkt in een nieuwe stad, voor bijvoorbeeld een job, kan je jezelf zo spoedig mogelijk richting een dating app als Tinder of Bumble begeven. Je kan ook een overzicht maken van al het moois dat het voetballandschap te bieden heeft. Waar Tinder en Bumble in Brussel ware internationale, multiculturele speeltuinen zijn, is het voetbal dat ook. Met op het hoogste niveau vertegenwoordiging door Anderlecht, Union Saint Gillioise en Racing White Daring Molenbeek is er in de Belgische hoofdstad voor ieder wat wils. En dan hebben we het nog niet eens over de lagere divisies.

Alsof schijn bedriegt

Op de derde mei van dit jaar besloot ik een voorproefje te nemen op het leven in Brussel. Al wetende dat ik er vanaf september woonachtig zou zijn voor een nieuwe job, kon ik een vlucht richting Azië destijds net zo goed vanaf Zaventem pakken. Met mijn hoofd al ver weg vergat ik de voetbalkalender te bekijken. Eenmaal in Gent, waar ik nog even iemand gedag wilde zeggen voor ik naar de hoofdstad zou treinen, schoot door mijn hoofd: Union speelt morgen tegen Antwerp. Ik hoopte een goede kroeg te vinden om dit onderonsje te kunnen zien. Dankzij een contact kwam ik zelfs aan een kaart.

Om in die korte dag toch een beetje van Brussel te kunnen proeven, stapte ik maar liefst een uur naar Stade Joseph Marien. Ik loop graag richting het stadion om de beleving van de wedstrijddag te voelen. Zo wandelde ik ooit al dik een uur van het Londense centrum naar Bermondsey om Millwall te zien spelen, kon ik in Belgrado de straat niet oversteken omdat een politiemacht een confrontatie tussen supporters van Rode Ster en Partizan wilde voorkomen en had ik in Sarajevo zelfs de eer mee te lopen in een corteo van Zeljeznicar voor het uitduel met stadsgenoot FK Sarajevo.

Zo rauw als dat jointje en die halve liter in de typische Balkanspeeltuin in Split, voor de wedstrijd tussen Hajduk en Dinamo, zou het nooit worden. Wel ademde de Brusselsesteenweg voetbal, toen ik deze binnenwandelde. Het mooie weer in mei bood de gelegenheid met honderden fans een pint te drinken in de straat, terwijl de barbecues er overuren draaiden. Aan gezelligheid geen gebrek. Toch miste er iets. Wat ‘rauws’. Union Saint Gillioise mag dan bekend staan als een volksclub, het kan voelen alsof schijn bedriegt. Voor mij voelde Union als de club van de expats. De import Brusselaars.

Gebrek aan vocale kracht

Begrijp me niet verkeerd, we hebben het over smaak. Net als in het leven van daten verschillen die smaken nou eenmaal. Ik zal nooit iemand tekort willen doen, want ik besef me dat Union gedragen wordt door trouwe fans. Fijne supporters, met het hart op de juiste plek. Vol liefde voor hun stad, wijk en vooral hun club. Die destijds zorgden voor een prettige, maar een misschien iets té prettige ambiance. En laten we niet vergeten dat uitgerekend ík de expat ben, de import-Brusselaar. Maar soms match je, net als op een dating app, en blijkt het pas later een mismatch te zijn.

Een tripje naar het Brusselse Stade Joseph Marien moet je helemaal niet willen vergelijken met de verschillende vormen van beleving rondom de grootste Europese derby’s. En die lange wandeling deed ook Union haar charme eer aan. Onderweg naar het stadion doken mannen, vrouwen en kinderen uit alle zijstraten op. Gekleed in het geel, minimaal voorzien van een sjaal. Voorbeschouwend op de wedstrijd in het Frans, soms in Nederlands en heel af en toe zelfs in het Duits. Maar in het stadion was er een gebrek aan vocale kracht om het voor mij tot een echt bijzondere ervaring te maken.

Misschien was het de spanning, de eerste speelronde in de play-offs voor het kampioenschap stond immers op het programma. Maar die sjaaltjes gingen enkel af en toe in de lucht, zwaaiend, gevolg door een ‘Allez Union’. Als buitenstaander had ik niet de indruk de belangen rondom deze wedstrijd écht te kunnen voelen. Net als op de tribunes wist Union op het veld geen potten te breken en was Royal Antwerp ook hier de baas (0-2). De supporters dropen na afloop van het duel af, om buiten het stadion nog maar een laatste pint weg te werken.

‘La la la capitale!’

Ruim vier maanden na mijn bezoek aan Union nam ik mijn intrede in Brussel. Met Stade Joseph Marien inmiddels al gevinkt voelde het als tijd voor iets anders. De promotie van Racing White Daring Molenbeek deed mijn voetbalhart sneller kloppen. Molenbeek klinkt voor de meeste mensen al onaangenaam. Bij horen van denkt men vooral aan armoede, criminaliteit en zelfs aan aanslagen op het Europese vasteland die er werden beraamd. Maar met bijna 100.000 inwoners kent de wijk vooral een divers scala aan mensen, achtergronden en culturen. Passend voor voetbal in zijn algemeen.

Ik vind het altijd belangrijk dat soort dingen niet overdreven te romantiseren. Neem Millwall, waarbij veel mensen aan films als Green Street Hooligans en The Football Factory zullen denken. Misschien wel niet wetende dat de Lions een ‘familieclub’ vormen, op de tribunes gesteund door vaders, zonen, dochters, broers en zussen. Met een rauw randje. Maar echt niet (meer) zo gewelddadig als in de films. Molenbeek had dan ook zijn eigen rauwe randje. De torenhoge flatgebouwen, het verpauperde straatbeeld, de vreetschuur voor Stade Edmond Machtens en de diversiteit aan mensen op de tribunes.

Ook bij RWD Molenbeek komen er vaders, zonen, dochters, broers en zussen naar de wedstrijden. Supporters, medewerkers en stewards zijn er vooral vriendelijk, gastvrij en aangenaam. Wat het duel met Cercle Brugge van enkele weken geleden vooral tot een bijzondere ervaring voor me maakte, was de toon die door RWDM haar fanatieke supporters werd gezet. Het voelde wat vreemd, een omroeper die zich voor de aanhang op vak A opeens opwierp als ‘capo’. Maar toen hij het ‘La la la capitale’ enkele keren inzette, werd mij duidelijk uit welk hout de supporters van RWDM gesneden zijn.

Liefde op het eerste gezicht

Een vroege tegentreffer kreeg het vak niet stil. Het gezang deed me af en toe zachtjes mee fluisteren, de trommels lieten mijn voet meebewegen. En wat je op de tribunes geeft, wordt op het veld nog wel eens terugbetaald. Spoedig werd voor de gelijkmaker getekend, waarna het voor de elf op het veld vooral een eerste helft van vechten zou worden. Vechtlust die op zijn beurt weer gewaardeerd door de supporters, getuige het luide applaus waaronder de selectie het veld verliet voor de pauze. Met een nieuwe pint en een vette hap kon er ook op de tribunes worden opgeladen voor de tweede helft.

Spelers en supporters zetten diezelfde koers door in de tweede helft, waarbij Racing White Daring Molenbeek na iets meer dan tien minuten spelen de voorsprong nam. Voor de thuisploeg zou het laatste half uur een slijtageslag worden. Het waren de supporters die RWDM daar doorheen sleepten. Onuitgeput waren ze continu hoorbaar, de vlaggen zichtbaar en de trommels voelbaar. Terwijl het tot dan toe goed presterende Cercle Brugge zich op het veld én in het uitvak steeds ongemakkelijker begon te voelen, was het RWDM dat in eigen huis de baas bleef.

In Molenbeek zijn geen Europa League-wedstrijden tegen Liverpool, LASK en Toulouse nodig om de altijd aanwezige belangen te voelen. Ik kan niets anders dan groot respect opbrengen voor supporters die er als collectief in geloven ook op de tribunes een verschil te kunnen maken, met vocale aanwezigheid als wapen. En verlaat je het stadion na een nederlaag, dan doe je dat altijd met opgeheven hoofd. Maar op deze zaterdag in september kregen de supporters van RWDM wat ze verdienden. Vechtlust, drie punten en na afloop van de wedstrijd een vocaal even sterk feestje met de spelers.

De continue aanwezigheid van de achterban maakte Racing White Daring Molenbeek voor mij een beetje als liefde op het eerste gezicht. Wetende dat ik me hier de rest van mijn tijd thuis zal voelen, heeft Brussel voor mij al wat extra betekenis gekregen.

Wil je meer weten over RWDM? Lees dan dit verslag uit 2016.

Boy de Haan
Heeft een voorliefde voor kleine dorpsclubs, stokoude tribunes en bomvolle uitvakken. Hoopt dat kunstgras ooit in zijn geheel zal verdwijnen.

Reageren is niet mogelijk.

0 %