Schotland wil het makkelijker maken om supporters uit het stadion te weren. Op 9 juli kondigde de Schotse regering aan dat football banning orders, door de rechter opgelegde stadionverboden, breder moeten kunnen worden ingezet bij pyro, veldbestormingen en het gooien van voorwerpen. Nu zijn zulke verboden vooral gekoppeld aan geweld of wanordelijkheid rond wedstrijden. Community Safety Minister Kirsten Oswald presenteerde de aanscherping als antwoord op wat er vorig seizoen misging.

De aanleiding ligt bij de Old Firm

De directe aanleiding zit in de veldbestormingen van afgelopen seizoen. Supporters gingen het veld op bij Ibrox, na de Scottish Cup-kwartfinale tussen Rangers en Celtic, en opnieuw toen Celtic tegen Hearts de titel binnenhaalde. Daarbij komt het pyrogebruik, dat volgens de Schotse regering het afgelopen decennium is toegenomen. De Schotse voetbalbond, competitieorganisatie SPFL en Police Scotland staan achter de uitbreiding. Dat gedrag “brengt iedereen in gevaar en hoort niet thuis in het Schotse voetbal”, liet de SPFL weten.

Driekwart van de reacties was tegen

Toch komt de maatregel er niet zonder weerstand vanuit de achterban. In de consultatie die eraan voorafging kwamen 903 geldige reacties binnen. Van de respondenten die zich uitspraken over uitbreiding van de football banning orders was 76 procent tegen. En de bezwaren kwamen niet simpelweg van mensen die pyro of een veldbestorming willen goedpraten.

Er is geen bewijs dat strengere verboden het geweld terugdringen, brachten supporters in. Wel kan het mensen afschrikken om nog naar het stadion te komen. Het gevaar, zo klonk het, is een sfeer van verstikkend toezicht, met clubs die inkomsten op wedstrijddagen mislopen en een politie die sneller naar stop-and-search grijpt. Ook raakt de uitbreiding aan een gevoelig punt: stadionverboden die civiel worden ingekleed, maar voor supporters voelen als een zware straf. Dat kennen we in Nederland ook, van de civielrechtelijke stadionverboden.

Schotland heeft dit gevecht al eens geleverd

Dat de Schotse achterban meteen op scherp staat, heeft een voorgeschiedenis. In 2012 voerde het Schotse parlement de Offensive Behaviour at Football Act in, een wet die gedrag rond voetbalwedstrijden strafbaar stelde. In de praktijk kwam die vooral neer op supporters: jonge mannen, vaak uit achterstandswijken, die een strafblad konden oplopen voor spreekkoren of gedrag op de tribune. Juristen, mensenrechtenorganisaties en oppositiepolitici noemden de wet illiberaal en vonden dat hij supporters oneerlijk viseerde.

De wet hield geen stand. Na een langlopende campagne van de koepel Fans Against Criminalisation werd hij in 2018 ingetrokken. Voor de Schotse achterban was dat een principiële overwinning: supporters zijn geen aparte categorie burgers die je met eigen wetten mag behandelen. Diezelfde achterban ziet nu opnieuw een maatregel op tafel liggen die specifiek op voetbalpubliek is gericht. Ook Celtic zelf worstelt al jaren met de vraag hoe streng het voor de eigen ultragroep moet zijn.

Twee kanten van hetzelfde veld

Daar zit de wrijving. Een banning order is formeel een civiele maatregel en geen straf, maar voor wie hem krijgt is het verschil klein: je club zien zit er niet meer in. De regering wijst op rook, gegooide voorwerpen en bestormde velden. Supporters wijzen op de weg ernaartoe, en op eerdere wetgeving die volgens hen liet zien hoe snel voetbalpubliek als aparte probleemgroep wordt behandeld. Beide kanten hebben een punt, en dat is precies waarom het in Schotland bijna nooit alleen over veiligheid gaat.

Uitgelichte afbeelding: Ibrox in Glasgow, thuishaven van Rangers en een van de plekken waar supporters vorig seizoen het veld op gingen. Foto: Daniel (Glasgow) / Wikimedia Commons (CC BY 2.0).