Voorbij

Beton, roest, prikkeldraad en hekken. Een avond, het licht schijnt over de daken, mannen fietsen door de straten, het is koud, nat en guur. Muziek klinkt door de wijk, af en toe een reclame-uiting tussendoor. Geduldig wachten bij het kassahokje. Een oudere heer trekt je kaartje van een grote rol af, drie meter verderop wordt het hoekje eraf gescheurd door een medesupporter verkleed als steward. Je mag naar binnen.

De geur van koffie en ballen gehakt vermengt zich met de lucht van bier en sigaretten. Een kort gesprek, een biertje, betalen met wat wisselgeld van de wekelijkse boodschappen. Op een rij in een stalen goot of tegen een stenen muurtje pissen, aansluiten bij de tribune, een tweede hoekje verdwijnt. Staand in weer en wind, onoverdekt, genieten van het gemaaide gras, de modderige broeken en de sfeer. Er wordt gezongen, gefloten, gescholden en geschreeuwd. De scheidsrechter is de gebeten hond,  kan met de kritiek omgaan en wuift de spreekkoren met een glimlach weg. Respect daalt neer van de tribunes, de wedstrijd is niet goed, maar amusant.

In de rust kijken naar een jeugdelftal, met beker op het veld, klappen en juichen, trots en ontzag in de ogen van deze kleine mannen als ze voor de harde kern staan, allemaal willen ze ooit in het “eerste” scoren voor dit volle vak. De tweede helft, hetzelfde liedje; modder, sfeer en gemaaid gras. Winnen of verliezen liggen dicht bij elkaar. Bloed, zweet en tranen, alles of niets. Een doelpunt, vlak voor het volk, ontlading als de supporters in de hekken hangen, de spelers hangen met ze mee. Toch drie punten, iedereen blij, zingen na de wedstrijd, het galmt door de wijk. Biertje drinken in een keet, een hok waar spelers ook graag komen, om te ouwehoeren en hun vrienden te zien.

Het is nog niet zo lang geleden, vroeger klinkt eigenlijk veel te ver. De wereld is anders, zomaar ineens, geen waarschuwing vooraf, niemand heeft een idee waarom. Multifunctionele stadions met grachten en zonder hekken. Met verplicht vervoer naar het gesponsorde stadion op een bedrijventerrein, het geregistreerde e-ticket al een maand in huis. Met zijn allen wachten voor een tourniquet tot de barcode gescand kan worden. Zakken leeg, gefouilleerd door een “Bokito” met een “v” op de borst. Slappe frikadellen en een beker cola, de koffie wens je je ergste vijand nog niet toe. Betalen met een pasje, consumptiebonnen of muntjes met onzinnige namen. Zitten onder een straalkachel op de tribune, wachten op de “begintune”, waarna iedereen op commando opstaat en begint te klappen. Eerst nog wat commercials, de wedstrijdbal, de wedstrijddag, de scheidsrechter, alles is gesponsord. De wedstrijd begint, de sfeer is er nog wel gelukkig, al lijkt de beleving bij het publiek minder dan voorheen. Een beslissing van de scheidsrechter zorgt voor rumoer, de stadionspeaker verzoekt een ieder zich te onthouden van spreekkoren, nog voordat deze goed en wel zijn begonnen. Één vak met supporters roert zich gelukkig nog, hier is de beleving nog wel echt aanwezig.

In de rust mascottes op het veld, een spelletje of iets dergelijks speelt zich af op de andere helft. Commercials komen steeds weer voorbij. Nog voor de cola (of nog erger: evenementenbier) is ingeschonken klinkt de “tune” al door de boxen, de spelers komen het veld weer op. Een saaie pot, dat is het zeker, maar de drie punten blijven in de stad. Muziek overstemt de enthousiaste reactie van de supporters na het laatste fluitsignaal. Spelers lopen een verplicht rondje en zwaaien naar het nog aanwezige publiek, voordat ze snel naar huis verdwijnen in hun lease-auto.

GJ

Ook leuk om te lezen