Robert Maaskant (10 januari 1969) promoveerde in zijn eerste seizoen als trainer van RBC naar de Eredivisie. Het leverde hem een reputatie als de kroonprins van het Nederlandse trainersgilde op. In Nederland trainde hij ook Go Ahead Eagles, Willem II, MVV, NAC, FC Groningen en VVV. In Polen leidde hij Wisla Krakow in 2010 naar zijn laatste kampioenschap tot dusver. Ook beleefde Robert Maaskant een bewogen periode in Wit-Rusland bij Dinamo Minsk. Wij spraken daarom met hem over zijn band met de NAC-supporters, de derby tussen Wisla en Cracovia en Wit-Rusissche hooligans.

“Ik heb het bij de meeste clubs in Nederland wel echt naar mijn zin gehad. Dat komt ook omdat ik altijd goed contact heb gehad met de mensen met wie ik werk. En natuurlijk zijn dingen altijd makkelijker als je succes hebt. Ik heb bij RBC succes gehad met de promotie. Bij NAC met Europees voetbal en bij Willem II de bekerfinale. Met MVV de finale van de play-offs voor promotie behaald en met FC Groningen de finale van de play-offs voor Europees voetbal. Bij Go Ahead Eagles heb ik maar een korte periode gezeten, maar dat was ook erg leuk. Zulke clubs hebben altijd wel mijn voorkeur gehad. De volkse clubs waar iedereen helemaal uit zijn dak gaat als het goed gaat en als het slecht gaat, ben je de sigaar, de kop van jut. Ik vind dat wel mooi.

Robert Maaskant en zijn band met de NAC-supporters

De twee clubs die er echt boven uitsteken voor mij zijn RBC en NAC. Bij NAC heb ik mijn beste jaar als coach meegemaakt. Dat eerste jaar toen we Europees haalden lag qua speelbeeld het dichtste bij wat ik wil laten zien. De thuiswedstrijden bij NAC waren echt geweldig. Als je daar het stadion binnenkomt, gaat de boel soms op zijn kop. Dat is een van de weinige stadions in Nederland die een wedstrijd kan omdraaien. Dat is wel echt heel mooi. Na de degradatie in 2015 kwamen ze massaal naar mijn huis toe. Daarom heb ik toen besloten om alsnog door te gaan als trainer. We hebben hier in huis nog een foto hangen van die actie van de NAC-supporters. Daar zie je mijn zoontjes uit het raam kijken naar het vuurwerk. Het stond hier helemaal vol met supporters. Dat zijn hele mooie dingen om mee te maken.
Bij RBC heb ik natuurlijk een heel bijzonder jaar gehad met de promotie. Ik heb laatst nog een podcast opgenomen met 3 RBC-supporters. Hartstikke mooi hoe ze dat doen. Ook bij MVV vond ik het mooi hoe het gezang onafgebroken de hele wedstrijd door klonk. En Go Ahead Eagles heeft een mooi fanatiek publiek. Ik weet ook niet of ik het op dit moment leuk zou vinden om te coachen. Ik vind dat een groot onderdeel van coachen ook de emotie van de sport is. Die mis je zonder supporters gewoon voor een groot gedeelte. Dan zijn het bijna oefenwedstrijden. Dat vind ik wel heel jammer.

60.000 mensen

In 2010 ging ik aan de slag bij Wisla Krakau. Mijn zoontje is daar geboren en we komen ieder jaar nog wel terug in Krakau. Ik ga ook vaak een weekendje daarheen om met mijn voormalige staf een avondje uit eten te gaan. Dan hebben we een geweldige tijd. Ik ben daar natuurlijk kampioen geworden. Tot op de dag van vandaag is dat het laatste kampioenschap van de club. Dat is echt onvergetelijk. Wij werden kampioen tegen Cracovia (The Holy War, red.). Dat maakte het nog even extra bijzonder. We mochten toen niet gehuldigd worden vanwege de veiligheid. Later zijn we alsnog gehuldigd en kwamen we met een dubbeldekker het plein op rijden. Stonden daar gewoon 60.000 mensen te wachten. Dat is prachtig om te zien. Dat zijn unieke gebeurtenissen in het leven van een coach. Een jaar later liepen we op 3 minuten de groepsfase van de Champions League mis. Het geluid dat de supporters tijdens die wedstrijden maakten, heb ik nooit ergens anders meegemaakt.


Ik heb enkele keren de derby tegen Cracovia gespeeld. Ik ben dus kampioen geworden tegen Cracovia, maar ben ook ontslagen na een wedstrijd tegen Cracovia. Die wedstrijd leeft wel echt. Een enorme geluidszee de gehele wedstrijd lang. Zeker in de tijd dat ik daar zat en het stadion nog uitverkocht was. Uitpubliek was toentertijd niet toegestaan omdat het simpelweg te gevaarlijk was. Tijdens die laatste wedstrijd liepen de gemoederen zo hoog op dat er volgens mij maar 15 minuten echt gevoetbald is. Voor de rest was het vechten, knokken, slaan en spugen. Wij hadden wel 8 keer moeten scoren en uiteindelijk verliezen we 1-0. De dag erna kan ik op kantoor komen bij de eigenaar en is het einde verhaal.

We weten waar je woont

De dag voor die derby stonden de supporters ons nog toe te spreken in het trainingscomplex. En dat zijn geen supporters zoals we hier in Nederland hebben. Dat zijn echte hooligans. Met enorme nekken, kale koppen en lichamen die, nou ja, ik ben niet bang uitgevallen, maar waar ik niet snel mee zou vechten. Er stonden mensen met mitrailleurs voor de deur als bewaking, maar daar waren ze doorheen gebroken. Ze kwamen even verhaal halen voor de wedstrijd. “We weten waar je woont, we weten waar je kinderen naar school gaan en in welke restaurants je eet. Dus waag het niet om te verliezen”.

Ik heb ze toen nog een beetje naar buiten gestuurd. De directeur belde me die avond en zei me: “Robert, goed dat je voor je spelersgroep bent gaan staan en wat je hebt gedaan. Maar doe dit alsjeblieft nooit meer en laat de beveiliging het oplossen. Want dit is een strijd die je niet gaat winnen”. Een hele aparte ervaring krijg je in dat soort landen. Toen ik later nog een keer terugkeerde bij de derby werd ik zelfs nog de kleedkamer in gesleept. Dat was voor mij allemaal niet zo nodig, maar de mensen waren zo blij dat ik er was dat ze in tranen uitbarstten. Het was wel heel gaaf om te zien dat die waardering er na 10 jaar nog steeds is.

Sovjet kolos

Twee jaar later was ik in Thessaloniki om te tekenen voor Aris. Daar had ik een vakantie aan gekoppeld in de zomer. Onderhandelingen voeren en tegelijkertijd met mijn gezin in een resort zitten. Maar dat duurde en duurde maar. Na de vakantie landde ik weer in Duitsland en zodra ik in de auto stap word ik gebeld door een Russische zaakwaarnemer, een kennis van me. Ik had eigenlijk bij Groningen al gezegd dat ik naar Griekenland zou gaan, maar was het wachten wel zat. Dus een dag later zat ik in het vliegtuig naar Minsk.

Dinamo Minsk is echt een grote club, oud-kampioen. Daar heb ik echt veel meegemaakt. In de competitie moet je 6 Wit-Russen of Russen opstellen. Maar we hadden een stuk of 15 buitenlanders in de selectie. Die mocht ik alleen in Europese wedstrijden opstellen. In de competitie speel je dus helemaal niet met je beste team. En we speelden daar voor een nagenoeg leeg stadion. Onze thuisbasis was het Traktor Stadium in Minsk, een beetje een oude Sovjet-kolos. Met relatief weinig publiek, terwijl er meer dan 15.000 in passen. Maar als we uit speelden zat het vol. Dan kwam het grote Dinamo op bezoek. En dat is toch nog wel een naam in de voormalig Sovjet-Unie. Dus heb je constant te maken met een soort vijandigheid.

Robert Maaskant over Hooligans & Matchfixing

Eén wedstrijd staat me echt nog heel goed bij. We speelden een uitwedstrijd tegen Neman Grodno. Een klereneind weg, vlakbij de Poolse grens. We verloren daar en moesten nog terugrijden naar Minsk. Die route loopt over allemaal van die vage B-weggetjes daar. Staat er ineens een bus geparkeerd midden op die weg. Konden we niet verder rijden. Dat waren de supporters. Ze verdachten de centrale verdediger en de keeper ervan dat ze zich hadden laten omkopen. In Polen en Wit-Rusland was het redelijk gemeengoed dat er af en toe matchfixing werd gepleegd. Ik heb daar nooit wat mee te maken gehad, maar dat speelde heel sterk in dat soort landen. Dus die twee spelers werden echt uit de bus gehaald. Daarna moesten we allemaal uit de bus. Dan sta je dus ineens om 2 uur ‘s nachts ergens in een weiland in Wit-Rusland met de supporters te praten.

De volgende dag moest ik zelfs bij de president aan tafel komen met de ploeg om uit te leggen dat ze niet omgekocht waren. Ik wist natuurlijk ook niet zeker of dat zo was, maar ik kon het me niet voorstellen. Later hebben ze alsnog zomaar besloten om enkele spelers te schorsen. Als ik Europees voetbal haalde, zou mijn contract automatisch verlengd worden. Wij wonnen de play-offs van Bate Borisov en toen hebben ze nog geprobeerd om onder dat contract uit te komen. Ik ben daar altijd heel rustig onder gebleven, maar op een gegeven moment zei mijn gevoel wel dat het echt tijd was om weg te wezen. Het gevoel dat je afgeluisterd wordt of bekeken wordt, werd steeds sterker. Dat is nooit bewezen, maar ik had wel echt het idee dat dit niet nog een seizoen moest duren.

Uiteindelijk is dat opgelost, omdat ik eerder wilde trainen en dat niet geregeld werd door de teammanager. Ik heb ze toen aangesproken op die onprofessionaliteit en tot mijn verbazing namen ze toen gelijk afscheid van me en hebben me nog een seizoen doorbetaald zonder dat ik daar nog zat. Je maakt dus wel echt gekke dingen mee in zulke landen.

De hooligans van Dinamo Misnk. (bron: generation_ultras)

G-voetbal

Na een aantal jaar buitenland waardeer je Nederland wel echt weer als een fijn land. Het onderwijs is goed geregeld, je kan je mening geven en er leven nauwelijks mensen in armoede. Het is voor kinderen het mooiste land om op te groeien. Dat merk je dan nog eens extra. Voordat ik bij VVV aan de slag ging, had ik eigenlijk de beslissing al genomen om nooit meer op het veld te gaan staan. Ik zeg nu dus ook nooit nooit. Maar ik ben me echt aan het richten op sportbreed beleid. Ik werk nu bij het European Football Development Network. De ondersteuning van alle sociale projecten van clubs, bonden en leagues. Ik ben daar contactpersoon tussen de clubs en de organisatie. Tijdens mijn carrière heb ik ook al heel vaak meegedaan met zulke dingen. We zijn bijvoorbeeld betrokken bij de speciale Eredivisie voor het G-voetbal.

In Nederland zijn we goed bezig, maar het moet volledig in het DNA van alle clubs komen. Dat is helaas nog lang niet zo. De Premier League loopt daar ver in voor. Daar is het praktisch een verplichting voor clubs om zich daar intensief mee bezig te houden. Daar gaan we in Nederland nu ook naar toe. Als supporter kan je echt trots zijn op de sociaal-maatschappelijke dingen die jouw club doet in jouw stad.

Ik zie genoeg mensen om me heen die veel geld hebben verdiend, maar niet gelukkig zijn. Voor mij is het duidelijk dat mijn hart echt in de sport ligt. Uiteindelijk blijf je toch een coach in hart en nieren, maar Technisch Directeur sluit ik zeker niet uit. Dat zou ook een andere sport kunnen zijn. Ik ben in ieder geval heel trots op het werk wat ik nu doe en ik doe dat met veel plezier”.

Sander Wesdijk
Mijn naam is Sander Wesdijk en ik heb een passie voor voetbal, reizen en fotografie. In het weekend volg ik meestal mijn club Excelsior achterna, maar ik ben ook vaak bij een obscure wedstrijd te vinden in bijvoorbeeld Polen of Israël. Tijdens wedstrijden vind ik het schitterend om de emoties van de supporters vast te leggen met mijn camera. Deze foto's wil ik graag met jullie delen!

Ook leuk om te lezen

Reageren is niet mogelijk.