Er zijn voetballers die je herinnert om hun prijzen. En er is Diego Armando Maradona. In Napels hangt zijn beeltenis op elke straathoek, in iedere pizzeria en zelfs in een enkele kerk. Veertig jaar nadat hij de stad haar trots teruggaf, leeft hij er nog elke dag. In Maradona’s mythe gaat Sander Grasman achter een van de mooiste verhalen uit die jaren aan, en achter de vraag of het eigenlijk wel waar is.
De stad die hem nooit losliet
Zeven seizoenen speelde Maradona voor SSC Napoli. In een competitie die door het rijke noorden werd gedomineerd, bezorgde hij het arme zuiden twee landstitels en een eeuwige status. Om te begrijpen waarom die band zo heilig is, moet je terug in de geschiedenis. Al sinds de eenwording van Italië voelen de Napolitanen zich tweederangsburgers in eigen land. Door Maradona konden ze zich eindelijk in positieve zin onderscheiden van dat rijke noorden. Hij gaf ze hun eigenwaarde terug. De stad omarmt iedereen die haar trots schenkt, van zanger Pino Daniele tot rapper Geolier en acteur Totò, maar Napels is zo voetbalgek dat het met Maradona extreme vormen aanneemt.
De mythe
En dan is er dat ene verhaal. Zou de beste en bekendste voetballer van zijn generatie, op het hoogtepunt van zijn roem, wekelijks een weeshuis hebben bezocht om daar gewoon een potje te voetballen met de kinderen? Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, een gerenommeerde Napolitaanse journalist houdt vol dat het zo is gegaan. Het is precies het soort verhaal dat te mooi lijkt om te checken, en daarom nooit gecheckt werd.
Diego en Maradona
Voor zijn zoektocht kwam Grasman via via terecht bij Giovanni Aiello, de oud-chauffeur die Maradona zeven jaar lang van dichtbij meemaakte. Wat uit zijn verhalen vooral naar voren komt, is hoe ver de twee kanten van dezelfde man uit elkaar lagen. Aan de ene kant de egoïstische superster Maradona, aan de andere de loyale, jongensachtige Diego. Die laatste haalde steeds minder plezier uit de sport. Hij kwam een keer niet opdagen voor een duel in de Europacup I en legde het werk bij Napoli meer dan eens neer. Maar een partijtje voetbal bleef hij heerlijk vinden. Volgens Aiello wilde hij dat het liefst elke dag doen, en kwam er altijd wel weer een bal tevoorschijn. Het allerleukst vond hij het om met kinderen te spelen. Zo bezien klinkt de mythe ineens een stuk minder onwaarschijnlijk.
De sport en het spelletje
Daarmee raakt het boek aan iets waar wij bij In de Hekken wel raad mee weten. Grasman, voetbalromanticus en jonge vader, ziet in Maradona dezelfde tweespalt die hij in het voetbal van nu voelt. De sport is cynisch geworden, het spelletje niet. Dat is de liefde die hij aan zijn zoontje wil doorgeven, en waar volgens hem geen PSG, geen Manchester City en geen WK in Qatar of Amerika iets aan afdoet. Het is precies waarom dit meer is dan een boek over een gestorven legende. Het gaat over wat voetbal ooit was, en voor sommigen nog steeds is.
Veertig jaar Hand van God
Het verschijnt op het perfecte moment. Deze zomer is het exact veertig jaar geleden dat Maradona Argentinië naar de wereldtitel sleepte, mede dankzij die ene goal met de hand tegen Engeland. Terwijl in Noord-Amerika een nieuw WK losbarst, kijkt half voetballend Nederland terug op de zomer waarin een kleine Argentijn liet zien hoe groot dit spel kan zijn.
Maradona’s mythe: Diego en de kinderen van Napels (Sander Grasman, Spectrum) telt 208 pagina’s, paperback met fotokatern, en is verkrijgbaar voor € 23,99. Bestel het via Bol.com.




