“Die mannen van Krubeek meugen zegge wa ze willen”

Het is kwart na vijf in de kantine van voetbalclub Wieze, een modale derdeprovincialer die de stap heeft gezet naar een zogenaamde B-ploeg, één van de vele misbaksels die de Belgische voetbalbond in het leven heeft geroepen. Ongetwijfeld heeft de plaatselijke voorzitter zijn creatie al meerdere malen beklaagd, maar niet vandaag ondanks een smadelijke 1-10 nederlaag. De gezellige kantine is immers ingepalmd door een honderdtal fanatieke fans van een club met naam en faam, een club die niet alleen het eigen vaderland verraste, maar het zelfs aandurfde om de wereld te veroveren.

Economisch realisme, zo bestempelden de grondleggers van Waasland-Beveren de beweegredenen om in een fusie te stappen en inderdaad de cijfers spraken voor zich: om en bij de 200 000 euro aan schulden, nakende veroordelingen in het verschiet en een chronische verlieslatende activiteit zolang de club in de lagere klassen van het Belgische voetbal verbleef. Nu de club naar derde klasse zou degraderen was het kalf helemaal verzopen. Burgervader Van De Vijver zag liever geen Temse of Coxyde naar de Freethiel afzakken, maar lonkte naar het grote Anderlecht. Dit alles is dan ook een zeer plausibele uitleg voor de modale man die op zaterdag eens naar het voetbal gaat kijken.

Maar voor ons, fans van het eerste uur, fans die opstaan op een matchdag met dat onbegrijpelijk gevoel in de maag, fans van Yellow Blue, was dit alles onaanvaardbaar. Voetbal draait nu éénmaal niet om economie, integendeel het is de uitlaatklep van de sleur van het dagelijkse bestaan. Het is het gevoel erbij te horen, een gevoel dat banale liefde overstijgt. De groep die zich vormde en zichzelf zonder enige schroom de ware SKB-familie durft te noemen was mijn inziens al lang voor de fusie gevormd. In de duisternis van de tweede klasse stonden zij daar telkens opnieuw hun ploeg naar het behoud te schreeuwen en waren zij klaar om dat blijven te doen. Geboren met een geelblauw hart, zouden zij daar ook mee sterven zonder hun ziel te verkopen aan eender welke club of instantie. Of dat nu in de halve finales van de Europacup is of in de middenmoot van vierde provinciale heeft daar geen enkele invloed op.

En zo was het dat een relatief kleine groep zich afscheurde van wat de zogenaamde ‘voetbalkenners’ de normale gang van zaken doopten. Zij volgden simpelweg hun hart en besloten terug te keren naar de roots, beter bekend als Vierde Provinciale van dit voetbalminnende land. Reacties kwamen zoals verwacht in alle soorten en maten. We werden dromers genoemd, zonder enige zin voor realiteit. We waren uitschot voor de gemeente en de zelfverklaarde edellieden van de nieuwe fusieclub, een bende dissidenten die wat amok wouden maken, een tijdelijke driftbui die wel zou uitdoven naarmate de tijd vorderde, een citroen die wel uitgeperst zou raken door de talloze belemmeringen die de heren Roossens en Poppe zouden rondstrooien. Door dit alles werden we echter gesterkt en terwijl de gemeente zijn haat voor Eskabee niet onder stoelen of banken stak, kregen we lof uit onverwachte hoek: Engeland sloot ons in de armen en een groter hart onder de riem kan men in de voetbalwereld niet wensen.

skb beveren

Nu, bijna drie jaar later, is mijn gevoel nooit beter geweest. Staande in de aftandse tribune van dit kleine clubje denken we terug aan de mooie tijden die we beleefd hebben. “Het is toch raar om hier te staan, terwijl we vijf jaar geleden nog in het Astridpark stonden te dansen”. We kunnen er best om lachen, zoals een bejaarde man de schoonheid van de jongere veulens aanschouwt. De gesprekken blijven dezelfde: spelers worden gewikt en gewogen, het aantal toeschouwers wordt besproken (meer dan verwacht) en de gehele voetbalwereld – is Barcelona nu al dan niet de beste club ter wereld? – passeert de revue. De supporters vergezellen ons met mondjesmaat, de wedstrijd kan beginnen.

De voorspelde zondagswandeling valt in eerste instantie serieus tegen: de bende van Wieze haalt het onderste uit de kan en kan zelfs de vroege openingsgoal van geelblauw ongedaan maken. We trekken het ons niet aan, want het plaatselijke wonderbier (de zogenaamde Kerstpater) vloeit rijkelijk. Er is niet bijster veel publiek naar dit stukje niemandsland afgezakt, maar zij die er moeten zijn zijn er. De sfeer zit erin, maar het gebrek aan spanning eist zijn tol. “Die kleine brengt toch te weinig” zegt een wat oudere man, “het is ne spits zeggen die mannen van Krubeek” antwoordt de andere. “Die mannen van Krubeek meugen zegge wa ze willen”: we kijken verbaasd op maar ons rustig gemoed belet ons te discussiëren. Twee minuten later scoort de kleine en een gepaste Kruibeekse opmerking volgt vanzelfsprekend. De eindbalans is 1-10, mission accomplished, maar toch ontbreekt er iets.

De verkleumde supportersbende zoekt de kantine op. Het is een drukke maar gezellige sfeer en het bier verwarmt onze harten. Een enkeling schreeuwt een oude klassieker door zijn gesmeerde keel en krijgt meteen de volledige kantine met zich mee. Ongeziene sfeer in het eens zo rustige Wieze: spelers komen binnen en zingen als volleerde fans mee, er wordt op de stoelen gedanst, het rookverbod lijkt een lang vervlogen regel te zijn en de uitbaters halen alles uit de kast om de vele fans te plezieren. De voorzitter van de club komt binnen en schenkt enkele gratis bakken gerstenat. Met enige moeite drink ik de laatste trappisten uit en vergewis me van mijn kompanen hun toestand: Het traditionele pannekoeken-feestje op lichtmis met de schoonfamilie wordt een hele opgave weet de ene me te vertellen terwijl hij uit volle borst “you’ll never walk alone” meeschreeuwt, de andere ziet het nog volledig zitten nu hij net enkele kippen ten voordele van zijn caféploeg heeft verkocht. “We’re going back home, we’re going back home, first division is where we belong”: zelfs de schuchteren onder de fans zingen nu mee. Voorlopig stappen we gewoon terug op de bus naar huis, maar onze dromen zijn nog lang niet opgeborgen. Deze club leeft en kan alleen nog groeien en nu na drie seizoenen vol tegenstand en tegenslag ben ik er werkelijk zeker van: er is geen club op aarde die me zulk voetbalgeluk kan bezorgen. Als Kruibekenaar mag ik dat zeggen…

Deze prachtige bijdrage is geschreven door Robin Beck, supporter van echte voetbalclub YB SK Beveren. Foto met dank aan de clubfotograaf van  Eskabee

Ook leuk om te lezen