Vergane Glorie: Stade Joseph Marien

Brussel -of beter gezegd: Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest- kent enkele prachtige pareltjes. In de eerdere Vergane Glorie’s maakten we al kennis met het Drielindenstadion en Stade du Crossing. Een pareltje wat niet in dit rijtje mag ontbreken is het Stade Joseph Marien. Het stadion is een beschermd Belgisch nationaal monument en is de thuishaven van de roemruchtige Belgische club Royal Union Saint-Gilloise; houder van een zooi Belgische titels en nationale bekers en tot halverwege de jaren ’60 een van de grootmachten in België. Ga er maar eens goed voor zitten!

Stade Joseph Marien in Vorst is een van de weinige stadions die je met een “wow!” effect achterlaten. Wanneer je de auto voor het stadion parkeert, dan is het eerste wat direct in het oog springt de voorkant van de hoofdtribune. De prachtige rode stenen, met daarop incidenteel een graffiti, komen vrij intimiderend, maar toch ook stijlvol over. Op die hoofdtribune staan zeven panelen, met uit steen gehakte taferelen van voetbal en atletiek; De twee takken van sport waar Royal Union Saint-Gilloise (RUSG) goed in was.
De verrassing wordt helemaal compleet wanneer je het stadion binnenloopt en het bolwerk van de binnenkant ziet. Aan de hoofdtribune is sinds de bouw in 1926 weinig veranderd, behalve een nieuw likje verf, wat enkele kleine aanpassingen en nieuwe stoeltjes, en geeft je dat nostalgische gevoel. Tegenover de prachtige hoofdtribune staat een staantribune, met daarachter hoge bomen die het begin van het aangrenzende Dudenpark aanduiden. Als je zo het stadion rondkijkt, dan zie je op het eerste gezicht geen tribunes achter de doelen. “Jammer, want het is een prachtig stadion”, zal menigeen gedacht hebben. Maar, schijn bedriegt. Als je door het stadion heenloopt zijn er wel degelijk tribunes achter de doelen. Deze tribunes zijn echter vanwege veiligheidsredenen afgesloten en zijn inmiddels overgroeid met bomen, struiken en onkruid. Ineens realiseer je dat het een flink stadion geweest moet zijn… En warempel; Het stadion kon vroeger plaats bieden aan 35.000 mensen.

Het stadion past bij RUSG. ‘De Union’ was in het begin van de vorige eeuw een ware grootmacht in België, met een zooi Belgische bekers en elf landstitels. Met die elf landstitels moet Union alleen stadsgenoot Anderlecht (30 keer) en Club Brugge (13 keer) voor zich dulden. Er zijn successen, maar ook dieptepunten, die de geschiedenis van Stade Joseph Marien passeren. In het Dudenpark werd ook de recordreeks van Union 60 neergezet, een reeks van zestig ongeslagen wedstrijden op rij die Union in eerste klasse behaalde. Tot nu toe een record in België.
Het stadion was ook toneel voor de verhitte derby tegen Daring Club Brussel, waarbij de eretitel “Beste Club van Brussel” op het spel stond. De verliezer kreeg, vooral in de jaren ’50, condoleances, rouwberichten en zelfs een fictieve begrafenisceremonie cadeau van de overwinnende club. De derby hield Brussel weken voorafgaand aan de wedstrijd bezig. De tegenstelling tussen beide clubs was zelfs dusdanig groot, dat er zelfs toneelstukken over de verschillen gemaakt werden. In diezelfde jaren ’50 speelde Union ook wedstrijden voor de Beker der Jaarbeurssteden (voorloper UEFA Cup) en behaalde daarin zelfs de halve finale.

Maar het stadion heeft ook een bewogen geschiedenis achter de rug. Sinds 1919 speelt RUSG haar thuiswedstrijden op het Dudenpark. In 1922 wilde de gemeente Vorst de club van het terrein onteigenen om er vervolgens haar gemeentehuis op te zetten. Een typisch staaltje ambtelijke arrogantie, waarbij de club, de gemeenschap van Vorst en zelfs de Belgische voetbalbond hevig in verweer kwamen. Het gemeentehuis werd uiteindelijk een stuk verderop gebouwd en Union Saint Gilloise besloot om het maar eens goed door te pakken. Er werden bouwplannen gemaakt om een nieuwe hoofdtribune te bouwen.
Architect Albert Callewaert ontwierp het nieuwe stadion en in 1926 werd de prachtige hoofdtribune opgeleverd. Die hoofdtribune is met name prachtig vanwege haar voorgevel, die ruim 100 meter breed is en een typische art-deco stijl heeft. De voorgevel is versierd met zeven uitgebeitelde stukken steen, die stuk voor stuk de twee disciplines uitbeelden waarin Union Saint Gilloise uitblonk; Voetbal en atletiek. De ruimtes onder de tribune hebben diverse glas-in-lood ramen waarin prachtige afbeeldingen zijn verwerkt, zoals het logo van Union Saint Gilloise. Ook prijken hier twee monumenten ter nagedachtenis van de belangrijkste voorzitters van ‘de Union’: Joseph Marien en Emile Mouvet.

Vanaf de jaren ’60 ging het echter bergafwaarts met de traditievereniging. In 1973 degradeerde Royal Union Saint Gilloise, om vervolgens nooit meer terug te keren in de Belgische Eerste Klasse. In dat jaar werd het speelveld (!) als monument betiteld. Inmiddels speelt RUSG haar wedstrijden in de Derde Klasse en kreeg het financieel zwaar te voorduren.
Het was een opsteker voor de club dat het Joseph Marien Stadion in 2010 door de Belgische overheid als beschermd monument werd aangemerkt. Hiermee draagt de gemeente zorg voor het onderhoud van het stadion en haar infrastructuur. Eventuele herstelmaatregelen worden ook door de overheid betaald. Het zorgt ervoor dat de club zich volledig kan richten op het voetbal en dat het stadion er als een prachtige parel bijligt.

Een uitgebreider verslag over Stade Joseph Marien tref je hier aan. Meer foto’s tref je hier aan.


De prachtige hoofdtribune

Stade Joseph Mariën
De binnenkant van het stadion

Stade Joseph Mariën
Een van de doelen

Stade Joseph Mariën

Stade Joseph Mariën
De toegangspoort naast de hoofdtribune

Ook leuk om te lezen