Een bekerweekend is voor veel curva’s een buitenkans. Er ligt doorgaans minder publieke aandacht op die wedstrijden, dus er kan net iets meer. Zeker in de wat kleinere voetballanden, en daar hoort Oostenrijk nog altijd bij. En als dan bijna alle clubs met een serieuze aanhang op opeenvolgende dagen spelen, in steden die goed bereikbaar zijn, hoef je niet lang na te denken. Dan stap je in de auto voor een kleine rondreis door Oostenrijk.
Vrijdag: de Stahlstadt-derby in Linz
Eerste stop: Linz, de hoofdstad van Oberösterreich en de derde stad van het land. Naast zijn culturele en toeristische waarde is Linz vooral bekend om de staalindustrie. De Vöest-werken draaien nog altijd, en de opvolger van de oude bedrijfsclub SK Vöest Linz keerde in 2023 als FC Blau-Weiß Linz terug in de Bundesliga. Daar is Linzer ASK, beter bekend als LASK, na een zware periode met faillissement en degradatie weer een vaste waarde. De club speelt al een paar jaar in de subtop en verscheen zelfs af en toe op het Europese toneel.
Zo werd ook de Stahlstadt-derby weer een vast gegeven op de Oostenrijkse kalender. Die belooft doorgaans veel sfeer, en af en toe ongeregeldheden. Dat heeft meerdere oorzaken. De basis ligt in een fusie uit 1997: LASK redde zichzelf door FC Linz, de toenmalige opvolger van SK Vöest, min of meer op te slokken. Uit de onvrede daarover ontstond uiteindelijk Blau-Weiß. Daar bovenop komen de verschillen tussen de twee aanhangen. LASK is de wat burgerlijkere club, met de grotere successen, de Europese campagnes en een inmiddels minder uitgesproken rechtse Kurve. Blau-Weiß heeft zijn wortels in de arbeidersklasse en een meer linkse, antiracistische inslag. LASK heeft de grotere achterban, verenigd onder de naam Landstrassler, en een hoger toeschouwersgemiddelde. Blau-Weiß heeft een kleinere maar zeer trouwe Kurve, het Stahlstadt-Kollektiv. Op het gebied van hooligans ontlopen beide kampen elkaar niet veel.
De LASK-fans verzamelden zich vandaag bij het stadion, de bezoekers kozen voor een corteo. Hoeveel het er precies waren, is altijd lastig te schatten; ik hou het op zo’n 700 à 800. Aan pyro was in elk geval geen gebrek. Aan politiebegeleiding trouwens ook niet, gezien de felle rivaliteit.
Eenmaal binnen, in een niet helemaal uitverkocht stadion van zo’n 17.500 toeschouwers, zat de sfeer er meteen goed in. LASK vraagt de hoogste prijzen van Oostenrijk, wat in het verleden voor flink wat protest zorgde. Bij het opkomen van de spelers toonden beide kampen een mooie tifo. LASK ontvouwde een groot doek met straatscènes vol graffiti, en vormde daarna met kleine vlaggetjes de letters A S K. Blau-Weiß koos een heel ander thema: de naderende Olympische Winterspelen. In Oostenrijk is wintersport een serieuze zaak, dus verscheen er een grote skiër in de clubkleuren achter een spandoek “go for gold”. Er werd zelfs voor wat kunstsneeuw gezorgd.
De sfeer was intens, mede doordat het nieuwe stadion van LASK akoestisch goed in elkaar zit. Achter het grote gezamenlijke spandoek “Landstrassler” gingen de vlaggen de lucht in. In het uitvak, waar groepen als Pyromanen, Blauhelme en Banda hun vlaggen hadden opgehangen, werd flink wat pyro gebrand. Ook op het veld viel er wat te beleven: de underdog kwam 2-0 voor, maar de favoriet trok voor eigen publiek alsnog de buit naar zich toe en bereikte de volgende ronde. Beide kampen stuurden hun spelers met applaus naar binnen. Ik genoot nog even na van de zinderende derbysfeer en liep toen terug naar de auto.
Een kwartiertje rijden later bereikte ik Ansfelden, geboorteplaats van componist Anton Bruckner, waar ik een eenvoudig hotelletje had geboekt. Er stonden immers nog twee kwartfinales op het programma.
Zaterdag: Rapid sneuvelt in Ried
De volgende ochtend had ik ruim de tijd voor een wandeling door Ansfelden. De wedstrijd van recordkampioen Rapid Wien was op nog geen uur rijden, in Ried. Daar was ik al vaker geweest, dus volgde ik het advies van een Oostenrijkse vriend en laste ik een tussenstop in het grensplaatsje Schärding in. Daar genoot ik van een zonnetje en een kleine lunch, met zicht op de grens met Beieren.
Zo’n twee uur voor de aftrap bereikte ik Ried im Innkreis, een klein beursstadje in Oberösterreich met ongeveer 13.000 inwoners, maar wel met een eersteklasser en een mooie Kurve. Er was niets bijzonders te doen voor de wedstrijd, dus zat ik vroeg op de tribune van het kleine stadion. Het uitvak was toen al helemaal gevuld. Rapid Wien staat altijd garant voor spektakel op de tribunes, en Ried, met de leidende groepen Supras en Glory Boys, hoort wat mij betreft tot de beste curva’s van Oostenrijk, achter de bekende grootheden.
Bij Rapid was er een kleine tifo aan het begin, de vlaggen gingen voortdurend de lucht in, en er was een pyroactie ter ondersteuning van een ernstig ziek jongetje. De Lions Rapid hadden daar al geld voor ingezameld en het centrale spandoek versierd met dinosaurussen, de lievelingsdieren van de jongen. De originele liederen stelden niet teleur. Toch was het allemaal net iets minder intens dan anders. Dat lag misschien ook aan het verloop: de licht favoriete Weense ploeg ging vrijwel kansloos met 3-0 uit de beker, de laatste kans op een prijs. Aan de overkant bracht dat de West-Tribüne van Ried aan het feesten.
Een mooie intro met heel veel vlaggen, wat pyro tijdens de wedstrijd en bij de doelpunten, en een reeks spandoeken over actuele thema’s. Zo waren er kort daarvoor celstraffen uitgesproken tegen voetbalfans, onder wie een ultra uit Ried. De Rapid-ultras hadden ook spandoeken bij: ter ondersteuning van de ultras van Sturm Graz, daarover later meer, en ter nagedachtenis aan de zeven PAOK-fans die een week eerder waren omgekomen op weg naar de Champions League in Lyon. Al met al een mooie bekeravond. De spelers van Rapid, die na afloop nog een toespraak van twee voormannen uit Block West kregen, zullen dat anders hebben beoordeeld.
Daarna reed ik weer richting huis, want de derde en laatste kwartfinale van mijn lijstje speelde in Vorarlberg. Precies halverwege Ried en Altach had ik geen hotel nodig: ik kon een paar uur thuis in mijn eigen bed slapen.
Zondag: Sturm, repressie en een tifo uit Back to the Future
Na een rustig ontbijt thuis stapte ik weer in de auto, ruim twee uur de andere kant op, naar Altach in Vorarlberg. Dit plaatsje van zo’n 7.000 inwoners, pal tegen de Zwitserse grens, heeft niet alleen zijn club tot in de Oostenrijkse subtop gebracht, met zelfs een paar kleine Europese campagnes, maar ook het Stadion Schnabelholz verbouwd van een veld met een klein tribuneetje tot een mooi stadionnetje met meer plaatsen dan het dorp inwoners telt. Ook nu was ik ruim op tijd, want ik had een korte ontmoeting met een paar fans van Sturm Graz. Zij wilden me iets vertellen over de repressie van dat moment.
Normaal kunnen fans en ultras in Oostenrijk vrij rustig hun gang gaan. Veel wordt bijna nooit verboden, zoals tifo’s en corteos, en pyro wordt ruim door de vingers gezien. Daar staat tegenover dat de fans de rode lijnen zelden overschrijden: geen wapens, geen vernielde etalages of auto’s, geen pyro op het veld. Daardoor stoort de buitenwereld zich nauwelijks aan wat de fans doen. Er zijn weinig stadionverboden, en combiregelingen of gesloten uitvakken bestaan helemaal niet.
Eigenlijk alles prima. Ware het niet dat de houding van politie en justitie plots veranderde na de rellen rond de bekerderby in Graz in november 2023 en bij de kampioensviering van Sturm Graz aan het eind van vorig seizoen. De afgelopen weken werden op verschillende plaatsen ineens celstraffen uitgesproken, sommige onvoorwaardelijk. Naast een fan van Ried en een van Austria Salzburg werden zeven ultras van Sturm Graz veroordeeld. Vooral de zwaarte van de straffen viel de fans rauw op het dak, zeker vergeleken met oordelen voor misdrijven die niets met voetbal te maken hebben en lichter werden bestraft. Bij de eerstvolgende wedstrijd, in de Europa League tegen Brann Bergen, zwaaide in de Nordkurve daarom maar één vlag, tegen de repressie, en bleef de rest van het tifomateriaal in de kast. Voor de bekerwedstrijd in Altach besloot men de steun aan het team weer op te pakken. Een langer stilzwijgen zou de fans niets opleveren en op de autoriteiten weinig indruk maken, en ze misschien zelfs het gevoel geven dat ze gewonnen hadden. Uiteindelijk vulden zo’n 400 man het kleine uitvak volledig.
SCR Altach maakte de laatste jaren een mooie ontwikkeling door, en dat liet ook de Südtribüne groeien. Vooral de burenruzie met Austria Lustenau, op nog geen tien kilometer, is leuk om te volgen. Ook nu kwamen de Altacher Jungs, het overkoepelende orgaan van de groepen Black Army, Supporting Patriots en Division Altach, met een mooie tifo: een spandoek “Forza SCRA” met daarachter een zee van kleine zwart-witte vlaggetjes. De fans van Sturm Graz pakten uit met een geanimeerde actie naar de film Back to the Future. De vliegende auto uit de film zweefde over een weg langs de bordjes van de steden die in de vorige rondes waren uitgeschakeld, om ten slotte een grote beker omhoog te trekken als einddoel. Origineel, en net als de skiër in Linz eens iets anders dan de vaak mooie maar steeds terugkerende acties met clublogo’s en stadssilhouetten.
Op het veld nam Altach enigszins verrassend de leiding; de favoriet uit Graz kwam er niet aan te pas. De sfeer was in beide kampen goed, met de vlaggen voortdurend omhoog en mooie liederen. Sturm toonde nog een spandoek tegen de zondagswedstrijd met een enkele reis van zo’n 600 kilometer. Oostenrijk is niet groot, maar de afstanden zijn soms verrassend: voor Graz–Altach ben je al gauw zes à zeven uur onderweg, en van Altach naar pakweg Wenen of Hartberg mag je daar nog eens twee uur bij optellen. Opvallend was dat Sturm vandaag helemaal geen pyro gebruikte, terwijl ze dat anders graag uitbundig doen. Men wilde de autoriteiten op dit moment geen extra aanleiding geven voor nog meer straffen.
Veel viel er voor de uitfans niet te juichen. Voor Altach lag dat anders: bij de twee goals in de verlenging ging het dak eraf, en uiteindelijk mocht de club het bereiken van de halve finale vieren.
De vierde, die ik liet schieten
Een kwartfinale bestaat natuurlijk uit vier wedstrijden. De vierde speelde gelijktijdig met een van de andere, in Wolfsberg: de enige echt afgelegen locatie, met een sportief respectabele club in een leuk stadionnetje, maar zonder ultras. En vooral: de tegenstander heette RB Salzburg. Daarmee was van begin af aan duidelijk welke van de vier wedstrijden ik zeker niet zou bezoeken.
Na een geslaagd weekend met drie spannende, deels verrassende kwartfinales en een toestel vol sfeervolle foto’s, was het nog twee uur rijden naar huis.

























