Op het eerste oog lijkt Stijn Lof (8 april, 2002) op heel veel andere Nederlandse jongens. Van jongs af aan dromend over profvoetbal. Maar waar de droom voor de meeste mensen in de puberteit wel stopt, geeft Stijn Lof er alles voor om de droom te bereiken. Inmiddels heeft hij, dankzij zijn doorzettingsvermogen, stage gelopen bij profclubs in Bosnië, Kroatië en op Cyprus en maakt hij zich inmiddels op voor een voetbalcarrière in Amerika. Wij spraken Stijn Lof over zijn bijzondere avonturen in verre landen. Een verhaal over slapen in de kleedkamer, een vervloekte paperclip en schimmige clubeigenaren.

FIFA spelen

“Mijn droom is eigenlijk begonnen toen ik veertien was. Ik besloot dat ik het profvoetbal wilde halen. Dat ik wilde ontdekken waar mijn plafond ligt. Als je veertien bent in Nederland en je wil vanuit de amateurs nog het profvoetbal halen dan zegt iedereen dat je al veel te laat bent. ‘Ga maar lekker FIFA spelen, want dichterbij ga je niet komen.’ Dat werk. Extra motiverend natuurlijk. Ik speelde toen in de derde klasse. Een paar jaar later speelde ik in de Derde Divisie bij de onder 19 van HFC Edo. Vanaf dat punt ben ik actief gaan zoeken naar mogelijkheden. Tijd stoppen in het maken van video’s en het zoeken naar de juiste contacten. Via LinkedIn heb ik toen veel ervaring opgedaan met managers. Zo leer je ook de rode vlaggen herkennen en kan je inschatten wie er te vertrouwen is.

Uiteindelijk was het via Instagram dat ik in contact kwam met een Servische zaakwaarnemer. Hij had mijn video gezien en wilde me wel een kans geven voor een stage in Bosnië. Daar heb ik toch wel veel over getwijfeld want Bosnië is niet het meest bekende land. Er spelen nauwelijks Nederlanders. Ik ben ook pas 19, dus mijn moeder vond het ook wel heel spannend. Die heeft nog een videogesprek met mijn zaakwaarnemer gehad. Ik besloot om toch de gok te nemen. Ik had het geld, ik was fit. Soms moet je risico’s nemen in het leven.

De Bosnische paperclip

En dan land je enkele dagen later ineens op Belgrado. Zonder een woord Servisch te spreken, zonder 4G en dan op zoek moeten naar de auto van iemand wiens naam je hebt doorgekregen. Bij het vliegveld werd ik opgepikt door een Fransman met een verleden bij AS Monaco. Hij gaf gelijk aan nogal moe te zijn, of ik misschien niet even kon rijden? Dan rijd je plotseling met een schakelbak door het drukke Belgrado heen. Dat is wel even wat anders dan met een automaat over de Nederlandse snelwegen. Bij de Servisch-Bosnische grens keken ze ook raar op. Een Nederlander in een Franse auto die vanuit Servië het land binnen wil komen. Nou, je raadt het al: allemaal de auto uit, honden erbij gehaald en de hele auto leeggehaald. Na een halfuur wachten mochten we Bosnië pas in, zulke ervaringen vergeet je nooit meer.

Eenmaal daar bleek dat alles echt goed geregeld was. Het toilet op de club was weliswaar een gat in de grond, maar dat is daar natuurlijk heel normaal. Ik heb me geen moment gek gevoeld en het land Bosnië heeft me op alle vlakken verbaasd. We sliepen in een plaatselijk hotel op loopafstand van het trainingscomplex. Elke  ochtend  kocht ik een omelet ter grootte van een pizzadoos voor 25 cent, om die vervolgens heerlijk in het zonnetje op te eten. En de mensen waren heel behulpzaam en gastvrij. Als je in het trainingspak van de club door het dorp wandelde spraken ze je allemaal aan op straat. ‘Kom even wat drinken, kom even wat eten.’ Zeker toen ze eenmaal gehoord hadden dat er een Nederlander in het dorp was. Sowieso ligt de voetbalbeleving daar een stukje hoger dan in Nederland. Het hele dorp komt kijken bij wedstrijden en ze zijn bloedfanatiek.

Ook op het veld was het een bijzondere ervaring. Dan sta je ineens naast voetballers die honderdduizend euro waard zijn. Spelers die met Servië onder 19 tegen Italië onder 19 hebben gespeeld, dat is wel even een besefmomentje. Voor mij, als jongen die zich echt omhoog heeft gewerkt in het Nederlandse amateurvoetbal, is dat heel bijzonder. De stage eindigde heel ongelukkig: na een training had ik twee grote blaren onder mijn voeten. Die heb ik doorgeprikt met een paperclip, maar die had ik niet eerst ontsmet waardoor ik een kleine infectie opliep. Daar had ik een paar weken last van, wat het einde van mijn stage betekende. Je kan dus wel zeggen dat mijn stage ten einde kwam vanwege een paperclip…

Stijn Lof droomt van Hassane Bandé

Na anderhalve maand herstellen kwam de Servische zaakwaarnemer alweer met een nieuwe club. Het Kroatische derde niveau dit keer, NK Vuteks-Sloga Vukovar. Na lang twijfelen, besloot ik om het toch een kans te geven. Ditmaal hadden ze een WC mét een bril, haha. Alles was weer goed geregeld: na één training en één wedstrijd kwamen de trainer en voorzitter met het nieuws dat ze me wilde tekenen. Na dat nieuws gingen we een hapje eten op kosten van de club. Ik zat stiekem al te dromen. Niet veel later zouden ze een bekerwedstrijd spelen tegen NK Istra, een club op het hoogste niveau. Mét Hassane Bandé in de selectie, die gehuurd werd van Ajax. De club waar ik fan van ben. Hoe gaaf zou het dan zijn om hem te verdedigen en dan in de laatste paar minuten één keer de bal van hem af te pakken met een goede tackle?

Daarom was het extra teleurstellend toen na een week wachten het nieuws kwam dat ik niet speelgerechtigd was. Schijnbaar was er een of andere Kroatische deadline om spelers in te schrijven en die had de club net gemist. Zo kan het ook gaan in die landen. Sommige andere spelers voelden de bui al hangen, maar ik had ondanks dagen wachten tevergeefs hoop gehouden. Dus had ik nu de keuze om tot de winterstop oefenwedstrijden mee te spelen of terug naar Nederland te keren. Eten en onderkomen moest ik dan wel zelf betalen al die maanden. Dat was voor mij geen doen, waardoor ik weer terug moest naar Nederland. Het was flink balen, dat een avontuur er weer niet in zat, maar ik heb wel een mooi stukje voetbalcultuur ervaren in een vreemd land.

Slapen in de kleedkamer

Veel tijd om te balen was er ook weer niet. Terug in Nederland trainde ik vaak twee keer op een dag om beter te worden. Daarna kreeg ik via via weer een kans voor een stage op Cyprus. Binnen twee dagen zat ik in het vliegtuig waar ik na mijn aankomst meteen een wedstrijd ging bekijken van de potentiële nieuwe club. Het leek allemaal prima, maar de ellende begon al snel. Mijn slaapplek was nog niet klaar, dus de eerste nacht sliep ik in een kleedkamer. Overal schimmel op de muur, de deur kon niet op slot en de draden hingen nog uit de douches. Ik vroeg me hardop af waar ik in vredesnaam beland was. Ik werd na die nacht verplaatst naar een huis met acht andere spelers. Veel Franstalige Belgen, een Fransman en een andere Nederlander. Ook dat huis was allesbehalve hygiënisch…

 

We speelden in een stadion met plek voor zestienduizend man. In de immens grote kleedkamer stond een jacuzzi. Het echte profleven. Ik liep de hele week stage en alles leek goed te gaan. Een gozer die daar ook trainde liet me nog een foto van hem zien met Derk Boerrigter tijdens een Champions League wedstrijd tegen Ajax. Jezus man, ik had die wedstrijd nog zitten kijken en nu stond ik gewoon met die gozer te trainen. Zoiets blijft bijzonder. Bij de club stond ook een Nederlands-Engelse spits onder contract, hij gaf me na een paar dagen een waarschuwing dat de club geldproblemen had. De hoofdsponsor had zich teruggetrokken en ik moest er rekening mee houden dat ze geen huis of eten voor me zouden kunnen betalen. Alleen een salaris van twee- of driehonderd euro per maand. Dat was gewoon niet te doen voor mij. Het geld om maanden voor mezelf te zorgen in het buitenland had ik niet. Wel heel jammer, want Cyprus was echt een schitterend eiland.

The American Dream

Nu ben ik me aan het voorbereiden op de Verenigde Staten. Veel studenten uit Nederland gaan naar Amerika op een voetbalbeurs en dat is ook mijn plan. Vanuit daar zijn er weer veel spelers die de stap maken naar bijvoorbeeld het tweede niveau, Amerika is toch het land van kansen. Na al mijn avonturen heb ik besloten om filmpjes te gaan maken om mijn ervaringen te delen met anderen. Hoe is het om zo’n voetbalstage te lopen, waar moet je op letten en wat moet je juist wel doen. Ik kan het wel voor mezelf houden, maar ik vind het leuk om mensen te helpen die dezelfde droom hebben als ik. Ik krijg naar aanleiding van die video’s behoorlijk wat berichten, veel gaan over het salaris, haha. Ook in Amerika wil ik straks zoveel mogelijk vastleggen over hoe de voetbalcultuur daar is.

De studie die ik daar ga volgen is Computer Science. Daarin denk ik alweer over een toekomst in het voetbal, want met deze opleiding kan je makkelijk een baan krijgen die je overal ter wereld kan doen. Dan kan ik voetbal waar dan ook perfect combineren met werken. Van het hele avontuur heb ik tot nu toe nog geen seconde spijt gehad. Behalve een betere voetballer heeft het me een beter mens gemaakt. Ik vind het fantastisch om in landen te komen waar ik anders nooit zou komen. Daardoor heb ik ook een heel ander beeld van mensen gekregen. Als ik ergens heen ga, ga ik nu altijd van het beste uit. En ik heb nog steeds de droom om profvoetballer te worden. In vijf jaar tijd ben ik gegaan van de derde klasse naar strijden om een profcontract met jongens die honderdduizend euro waard zijn of interlands gespeeld hebben. Dus als je die lijn doortrekt, wie kan dan zeggen waar mijn plafond wel niet ligt?”

Wil je op de hoogte blijven van de avonturen van Stijn Lof? Abonneer dan op het YouTube kanaal van Stijn Lof. Lees ook alle andere interviews met mensen in en rondom de voetballerij.

Sander Wesdijk
Mijn naam is Sander Wesdijk en ik heb een passie voor voetbal, reizen en fotografie. In het weekend volg ik meestal mijn club Excelsior achterna, maar ik ben ook vaak bij een obscure wedstrijd te vinden in bijvoorbeeld Polen of Israël. Tijdens wedstrijden vind ik het schitterend om de emoties van de supporters vast te leggen met mijn camera. Deze foto's wil ik graag met jullie delen!

Ook leuk om te lezen

Reageren is niet mogelijk.