In deze voetballoze tijd ontbreekt het ook een beetje aan goed leesvoer. De echte diepte-interviews worden per videogesprek gedaan en de magistrale awaydays zijn er niet meer. Daarom nu een nog niet eerder uitgebracht verslag bij In De Hekken van een Europese trip naar Lissabon met pizza’s, dealers en een hele hoop alcohol.

De trip begint voor mij met een treinreis naar Schiphol. In de groepsapp zie ik al verschillende foto’s voorbijkomen met de nodige halve liters. Ook wordt er in de andere trein volop gekaart. De boys zijn aan het toepen. Ik ken heel dit spel niet, maar daar gaat zometeen verandering in komen. Op Schiphol aangekomen krijg ik ook weer een lekker half litertje in het vuistje gedrukt. De lol kan beginnen. Nog voordat we bij de gate zijn maken we een flinke pot. Uiteraard halen we hier ook gelijk wat halve liters van bij de Heineken bar. Bij die afzetters ben je wel gelijk kilo’s euro’s kwijt, dus we leggen nog maar wat bij. Eenmaal in het vliegtuig begint het alcohol misbruik al zichtbaar te worden. Onder het genot van weer wat blikken Heineken proberen we, zo goed als dat gaat met zeven man, te toepen. Het fanatisme groeit met de minuut, maar het opnaaiende gedrag wat er vertoond wordt strookt redelijk met het consumeren van alcohol. Nadat het bier op blijkt te zijn, wordt er overgestapt op Bacardi en gin-tonic. Ondergetekende en een reisgenoot wagen zich nog aan een lekker wodkaatje.

Halve liters 2.0

We zijn geland in Lissabon en zoeken een taxi. Deze vinden we al vrij rap voor een mooie prijs. Het is een busje, dus we passen er allemaal tegelijk in. Ik heb nogal het vermogen om spullen kwijt te raken, en dat uit zich binnen een halfuur na aankomst in de hoofdstad van Portugal. Mijn Ralph Lauren-petje leg ik neer op het dashboard van de taxi, met de mededeling dat ik deze 100% ga vergeten. Op het moment dat de taxi ons heeft afgezet en nog geen tien meter verderop is, begin ik te schelden. Mijn pet ligt nog in de taxi. De eerste schade is geleden. Het hotel daarentegen is alles behalve lijden. Een prima hotel in het centrum, met mooie, ruime kamers. Van die kamers gaan we niet veel meekrijgen, maar daar komen we ook niet voor. Inmiddels is de avond gevallen, en gaat er best een happie in. We laten ons kennen als de meest matige toeristen ooit. Na het omwisselen van ons omwisselbiljet lopen we weer richting het stadsplein van Lissabon. Ons hotel grenst aan dit plein, maar tussen onze slaapplaats en de Praça de Dom Pedro IV (in de volksmond ‘Rossio’) zit een straatje waar je lekker lijkt te kunnen eten. We zoeken niet verder en nemen plaats op een bescheiden terrasje. Hier bestellen we, naast de gebruikelijke halve liters Portugees bier, de nodige gerechten. Ikzelf voel me gelijk weer beflikkerd. Ik wil toast als voorgerecht, maar krijg hele bakken tomaat. Niet alleen is mijn Portugees slecht, ook blijk ik slecht te zijn in plaatjes kijken. We gaan door naar het hoofdgerecht, met lekkere pasta’s en pizza’s. De sfeer is uitstekend, en onder het genot van nog meer halve liters Sagres tafelen we nog even na. Tijd om de stad in te gaan.

In Lissabon is er eigenlijk maar één plek waar je gewoon geweest wil zijn: De Bairro Alto. Deze letterlijke vertaling van ‘bovenwijk’ ligt, zoals de naam al doet vermoeden, boven de stad. Je moet een aantal moeilijk vervelende LANGE trappen op klimmen om er te komen. Dit avontuur gaan wij natuurlijk niet uit de weg, en we maken de lange tocht naar het binnenste van de wijk. Hier bevinden zich aan een aantal kroeg, barretjes en restaurantjes. Het begin van het einde, zo bleek later. Samen met een van mijn maten gaan wij links waar iedereen rechts gaat, en we raken iedereen kwijt. We belanden in een klein barretje, waar een live optreden gaande is. We ontmoeten een aantal Wolves-supporters, die de volgende dag de awayday bij Sporting Braga op het menu hebben staan. Een gezellig tentje, maar na het optreden is het tijd om te gaan. We zijn ondertussen al aardig op weg naar een staat die het geheugen niet goed doet, maar als we onze vrienden eenmaal vinden blijken we niet de enige te zijn. De pot is inmiddels in rook opgegaan, en waaraan valt niet moeilijk te bedenken. We zijn er allemaal volledig af, en zo laat is het nog niet eens.

Slapen in de stripclub

Ondertussen valt er een woord. Tietenbar. Een van mijn maten bezigt dit woord graag, en benoemt nu ook weer vrij vaak naar de tietenbar te willen. De stripclub dus. Er blijkt er inderdaad eentje in de buurt te zitten. Of nouja, in de buurt. Een groot aantal trappen naar beneden eigenlijk. Zelf schijn ik dit een goed plan gevonden te hebben. Ik weet er weinig meer van. Ik heb mij laten vertellen dat ik de gehele tocht naar beneden in gehurkte stand heb gemaakt, doodsbang om om te vallen op ‘de hele stijle heuvels’. Klinkt als een prima manier om de onnodige calorieën te verwerken. Aangekomen bij de stripclub wordt het mooi. Voor 20 euro mogen we naar binnnen, inclusief een drankje. Later blijkt dit de deal van de eeuw, want hoe drukker het wordt, hoe hoger de prijs. Ik kan met mijn entree ook een baco halen, dus die keuze is gauw gemaakt. We zijn met vier man sterk in de tietenbar. Ik weet hier weinig meer van, want ik presteer het om middenin een show in slaap te flikkeren op een van de bijzonder comfortabele banken. Als ik wakker word voel ik me weer wat beter en hangt er een niet al te lelijke vrouw om mijn schouder. Trots om te kunnen vermelden is dat ik hier mij per se geen geld wil laten aftroggelen. Ik presteer het om mij geen lapdance van ruim 80 euro aan te laten smeren. Twee van de aanwezigen onder ons willen dat natuurlijk wel, en naaien elkaar lekker op. Even later verdwijnen ze in een private room, maar daar ben ik al niet meer bij.

Ik heb besloten om ‘naar huis te gaan’. Dat dat totaal niet realistisch is in mijn huidige staat, gezien de afstand tussen het hotel en de plek waar ik ben, doet er niet toe. Ik loop de deur uit en kom in de gezellige uitgaansstraat terecht. Daar beland ik midden in een drugsraid van de lokale politie. Lissabon staat bekend om zijn vele dealers, die je de klok rond non-stop drugs aanbieden op straat. Blijkbaar is de politie het eindelijk zat, want we worden al heel de dag aangesproken onder de neus van de wet en dat werd tot nu toe prima gedoogd. Dit keer verloopt het anders. Er wordt mij drugs aangeboden en opeens ziet het zwart van de wouten. Die nemen het hele zooitje Portugezen hardhandig mee, en de rust keert terug. Niet voor mij, want ik besluit om de tent naast het etablissement waar ik net was eens te bezoeken. Gewapend met een lekker pintje word ik gebeld. Mijn maten zijn me kwijt en in paniek. Ik kom zwaaiend de kroeg uit en zie ze opgelucht mijn kant op kijken. We gaan naar het hotel, maar twintig minuten lopen zit er echt niet meer in. We besluiten een taxi te pakken, maar er wacht ons nog een laatste obstakel deze avond. Een prostituee van rond de 60(?) is vastbesloten om ons van haar diensten gebruik te laten maken. We schrikken ons helemaal ziek, want ze komt verrassend snel dichterbij. Gauw duiken we de eerste de beste taxi in en bereiken gierend van het lachen het hotel. De avond is voorbij. Op naar matchday.

Herstart

De ochtend ziet er uit zoals verwacht: We gaan helemaal kapot. Zelf heb ik het het meest zwaar van iedereen. Verrassend, want een kater heb ik eigenlijk nooit. Dit keer ben ik echter in een erbarmelijk slechte staat beland. Vanuit mijn bed krijg ik op mijn telefoon al legendarisch beeldmateriaal van de avond ervoor te zien. Wat een lol. We hebben afgesproken om op pad te gaan, maar hier heb ik vreselijk veel moeite mee. Eenmaal buiten voorzien wij ons allemaal van een nieuwe stapel verse flappen, die rechtstreeks weer in de pot verdwijnen. Dan besluit iemand dat hij niet de gewenste jas aanheeft. “Even jasje wisselen ouwe” is de mededeling waar we het mee moeten doen, en hij verdwijnt. Na een kwartier wachten is hij terug, met een nieuwe mededeling. “Even broodje ouwe” Zo gezegd, zo gedaan. Er is maar één tent die in aanmerking komt voor dit ontbijt. De tent die we gisteren al flink gesponsord hebben ligt op onze weg richting de voor vandaag aangewezen kroeg, en dus pakken we daar wat broodjes en… halve liters. Deze smaken prima en voor de tweede keer wagen we ons aan de klim richting de Bairro Alta. Midden in de wijk zit een kroeg die door de sfeergroep is afgehuurd, en waar iedereen zich vandaag warmdraait voor een hopelijk mooie avond. Daar komen wij echter niet zonder slag of stoot aan. Na het vernietigen van de nodige organen de avond ervoor is de klim zeer, zeer pittig. Halverwege stoppen we dan ook om plaats te nemen op een terrasje dat midden op de trappen ligt. Hier smaakt het pils aardig. Na wat bijtanken en wat meligheid met een voetbal vervolgen we onze weg naar boven. Gezelligheid alom in de straat voor ‘onze’ kroeg, waar we met een paar honderd man de middag doorbrengen met bier en wat flessen Bacardi, die we voor een paar euro scoren in een klein winkeltje op de hoek van de wijk.

De grote droogte

Tijd voor een corteo richting het stadion, zoals het een Europese awayday betaamt. Met een mooie groep trekken we al zingend door de Bairro Alta, maar al gauw leidt de politie ons terug een andere kant op. Na een flinke maar sfeervolle tocht komen we aan op het centrale plein van Lissabon. Hier worden we het metrostation ingeleidt, alwaar we een aantal metro’s krijgen voor de uitsupporters. Opzich prima geregeld, alleen de begeleiding vanaf de metro naar het stadion kon wat gezelliger. In Lissabon werken nogal veel lokale ME’ers en die zijn allemaal opgetrommeld om ons in toom te houden. Bij het stadion van Sporting Lissabon een bijzondere gewaarwording. Het volledige aantal uitsupporters wordt voor het stadion in twee groepen gescheiden door een stel gefrustreerde ME’ers, die ons ruim drie kwartier laten staan. Eerst mogen de thuissupporters naar binnen, dan een paar uitsupporters, en dan weer een rits thuissupporters. Dit moet blijkbaar door dezelfde ingang, dus de wens om dit gescheiden te houden is groot bij de aanwezige wetshandhavers.

Eenmaal in het stadion nemen we plaats in het uitvak en wordt er, zoals altijd, gevraagd wie er bier gaat halen. Er wordt een slachtoffer aangewezen, dat met wat mooie gekleurde briefjes richting de catering vertrekt. Ontluisterd komt deze kameraad na een kwartiertje terug. Zonder bier. De catering is gesloten en dit zal de hele wedstrijd zo blijven. Dit heeft de politie besloten. Het supportertje pesten gaat hier een niveau bereiken waar voor minder burgeroorlogen uitbreken in de hedendaagse maatschappij. Het lijkt de wetshandhavers namelijk wel humor om, na het sluiten van de catering, twee á drie straathandelaren binnen de muren van het stadion te gooien, die een aantal flesjes water en wat zakjes chips verkopen. Deze mensen worden nog net niet gelynched, maar ook de supporters onderling gaan kapot. Er is sinds het vertrek uit de kroeg geen mogelijkheid meer geweest om iets te drinken in verband met de politiebegeleiding, dus in het stadion zou de droge keel wel wat spa geel voorbij willen zien komen. Niks van dat is waar, en dus breken er wat discussies uit over wie recht heeft op welk water. De politie, die in grote getalen binnen de stadionmuren aanwezig is, vind dit een prachtaanzicht en doet niets aan idiote taferelen. Verder wil een van mijn vrienden graag naar de wc door de uren daarvoor. Een ME’er wijst hem vriendelijk de weg naar de uitgang. De wc zou buiten het stadion zijn. Gelukkig valt mijn maat niet voor dit gore trucje. Zijn terugkeer in het vak is van heroïsche proporties. De beste man heeft voor 25 euro wat flesjes water weten te bemachtigen en redt ons van de woestijngevoelens die we hebben. Na de wedstrijd treffen we bij de uitgang een verkoper aan, die ons met een rekenmachine 55 euro rekent voor wat flesjes water. Dat deze paniekaankoop ons geen windeieren legt blijkt al gauw uit de begeleiding naar de metro. Alle supporters uit het uitvak moeten verplicht, onder begeleiding, in een rechte lijn de metro in. Supporters die bewust een hotel bij het stadion hebben geboekt worden zonder pardon in het gareel gehouden: Iedereen moet de metro in en weg uit het gebied. Zeer treurig wederom.

Veel pizza’s


Met de metro bereiken we het centrum van Lissabon, waar ons hotel natuurlijk zit. Na de mensonterende praktijken in Estádio José Alvalade kennen wij wel een plekje waar we onze energievoorraden kunnen aanvullen. Het welbekende restaurant waar wij grotendeels onze trip doorbrengen kan op een bezoekje rekenen. Echter, het restaurant wil net sluiten. We proberen een dealtje te maken met de eigenaar. We beloven flink te bestellen om het open blijven waard te maken. De eigenaar gaat akkoord en met een tevreden blik nemen we plaats op het terras, pal naast het raam van de open keuken. Daar zien we een hoop tevreden blikken juist veranderen in woede. Het keukenpersoneel verneemt van hun baas de zojuist gesloten afspraak en de kok en zijn hulpjes kijken ons woest aan. Met tegenzin gaan ze aan de slag, wat te maken zou kunnen hebben met het feit dat wij 14 pizza’s hebben besteld. De keuken was net aan kant gemaakt en draait nu weer op volle toeren. De eigenaar van het restaurant snijdt zichzelf (of eigenlijk meer zijn hardwerkende personeel) echter in de vingers. Meerdere bars en restaurants sluiten al, maar omdat zijn tent nog open is, sluiten er steeds meer supporters aan. De man moet kiezen: Of een flinke boost voor de dagomzet mislopen óf zijn personeel naaien. Hij blijkt voor het laatste te kiezen. De razernij in de keuken wordt zichtbaar bij de medewerkers. Toch werken ze stug door, wat dan wel weer te prijzen valt. Na ons laatste bezoek aan dit iconische tentje trekken we weer de Bairro Alta in, waar een groot aantal medesupporters de wedstrijd aan het wegwerken is met een schappelijk aantal halve liters. De barretjes daar zijn open, het is gezellig en om de avond af te sluiten komen we om half 5 ’s ochtends een gast tegen van in de 50, die ons in een kokskostuum broodjes probeert aan te smeren, die uit de tijd van Bep Bakhuys lijken te komen. Mooier wordt het niet.

De laatste dag in Lissabon sluiten we af met een bezoekje aan Benfica. Met de taxi is het ongeveer een kwartiertje rijden en ook de tour is zo geregeld. Onder het genot van wat gezellige biertjes blijkt dat het halve uitvak van gisteren hetzelfde idee heeft. Tijdens een ‘Hollandse Avond’-achtige tour vertelt de Portugese gids ons wat feitjes over het Estádio da Luz. Deze door Ellie Lust gevreesde rode bak met een capaciteit van ruim 65.000 plaatsen lijkt een beetje op Wembley, maar imponeert vooral door de kolossale tribunes die, nu ze leeg zijn, toch wel indrukwekkend overkomen. Na de stadiontour pakken we nog even wat te eten en een taxi naar het vliegveld, alwaar onze terugreis wordt ingezet. Lissabon blijkt een heerlijke stad te zijn voor toeristen, al moet je soms echt wel even goed opletten. Verder kun je je uitstekend vermaken als je uit handen weet te blijven van de dealers en lokale autoriteiten. Al met al een zeer geslaagde awayday.

Roman de Lange
Geniet van alles wat met sfeer te maken heeft. Voorliefde voor de Duitse competities vanwege de sfeer en de stadions. Vindt de sfeer bij Europese topclubs dramatisch. Groundhopper in wording.

Ook leuk om te lezen

Reageren is niet mogelijk.