Nieuwe opzet beker België: Een Belgengrap

De KBVB heeft het op haar heupen. In de halve finales van de beker van België stonden maar liefst vier niet-topclubs tegenover elkaar. “Schande! Topclubs moeten beschermd worden!”, zo moet Steven Martens, secretaris-generaal van de KBVB, gedacht hebben. Zijn voorstel is om de bekercompetitie te hervormen en daarmee te zorgen dat er minimaal 1 grote Belgische topclub de halve finale speelt.

Enerzijds willen we dat er minstens één grote club de halve finale of finale speelt.” Zo begint Martens “Dat trekt gewoonweg meer volk. Met alle respect, maar Westerlo, STVV of Lierse komen lang niet aan zoveel volk als Anderlecht, Club Brugge of Standard.”. Inderdaad, Westerlo of Lierse zijn van een andere kaliber dan Standard en Club Brugge. Maar het is zeer onrespectvol om als bondsofficial in een commercieel doordrenkt verhaal met dit soort uitlatingen te komen. Zonder de kleinere clubs bestaan er immers geen grote clubs.

Martens dreigt met zijn absurde voorstel daarom felle tegenstand te krijgen bij de kleinere clubs, en laat ook gelijk zijn ware commerciële aard zien. “Natuurlijk trekt het David tegen Goliath-principe kijkers. Dat Rupel-Boom een ploeg als Anderlecht kan kloppen of het feit dat ploegen als Lierse en Bergen de halve finale halen is mooi, maar het mag niet te vaak gebeuren want dan verkoopt je product niet.” Nee, goh… Het zal maar eens gebeuren dat een topclub vroegtijdig wordt uitgeschakeld. Help! Controle weg, geld weg!

Maar, Martens is op alles voorbereid. Zo is er door een gelikt, snel bureau eventjes een onafhankelijk onderzoek conform wetenschappelijke standaarden uitgevoerd. En weet je, beste naïeve voetbalsupporter, dat recent onderzoek is natuurlijk recent (duh) én objectief (duhuh)! “Recent onderzoek heeft uitgewezen dat 45% van de toeschouwers komt kijken naar duels van de drie laatstgenoemde clubs, bij de beker is dat niet anders.

Een van de ‘oplossingen’ waar men bij de KBVB zit te denken is een zogenaamd coëfficiënt systeem, waarbij clubs op basis van hun rangen en standen en hun eerdere resultaten later in de bekercompetitie instromen. Hiermee moet voorkomen worden dat bijvoorbeeld Standaard Luik en Anderlecht elkaar in de eerste ronde treffen. En weer gooit Martens een mooie quote er doorheen “Op zich is het voorstel niet zo speciaal, kijk maar naar de Champions League. Laat ons eerlijk zijn, daar wil je in de eerste ronde ook geen duel zien tussen Barcelona en Real Madrid.”. Steve, laat ons eerlijk zijn: Dit is nou juist dé charme van het bekervoetbal. Het onvoorspelbare, waarbij een topclub er in de beginfase door een amateurvereniging wordt uitgedonderd. Het onvoorspelbare, waarbij 4 ‘kleinere’ clubs openlijk mogen dromen van de beker en eeuwige roem. Juist dát maakt voor de fanatieke voetbalfan de beker zo interessant.

Overigens is dat eerder genoemde coëfficiënt systeem geen nieuwe term in het Belgische voetbal. Vorig jaar pleitte Sporting Lokeren voorzitter en eigenaar Roger Lambrecht om een coëfficiënt systeem in de Belgische Eerste Klasse in te voeren. Een degradant zou bepaald worden door de resultaten van alle clubs van de afgelopen drie seizoenen in de Eerste Klasse bij elkaar op te tellen. De slechtst presterende club zou degraderen. Dat dit voorstel een kartelvorming betekent (immers: Een club die promoveert naar de Eerste Klasse begint op achterstand) is één. De uitspraak van diverse voorzitters die voor het plan van Lambrecht te porren waren, is schrikbarender; “Investeerders willen zekerheid hebben en de investeringen moeten met een bepaald minimum veiliggesteld worden”. Zo’n openbare vorm van verhoerering is enerzijds open en eerlijk, anderzijds wekt het ontzettende kots neigingen op. Voetbal is een sportief spel, dat alle kanten op kan. Juist die onvoorspelbare factor, waarbij alles mogelijk is, is het mooie van het spel.

Met dank aan Joris v/d G. voor de tip!

Ook leuk om te lezen