Interviews

Glynor Plet over de liefde van Israëlische supporters en zijn Turkse

Bij Telstar is Glynor Plet (30 januari 1987) inmiddels langzaam aan het uitgroeien tot onderdeel van het meubilair. In 2008 begon hij er zijn profcarrière en twee jaar geleden keerde hij terug in Velsen-Zuid. In de tussentijd beleefde de Nederlands-Surinaamse spits onvergetelijke tijden in Israël en een helse periode bij het Turkse Alanyaspor. Genoeg reden om eens met Glynor Plet terug te blikken op zijn mooie carrière!

Kippenvel

Mijn hele jeugd ging ik al van de profs naar de amateurs. De jeugd van Ajax. Naar de amateurs. Haarlem. Naar de amateurs. Den Bosch. Naar de amateurs. Ik was te ongeduldig en moest en zou speeltijd hebben. Bij FC Den Bosch speelde ik op een amateurcontract. Elke dag ging ik van Amsterdam naar Den Bosch. Het kostte me gewoon geld om daar te spelen. Dus met bijna 20 jaar oud kwam ik bij FC Lisse terecht. Dat was even echt de realiteit. Ineens merkte ik hoe zwaar het is om voetballen en werken te moeten combineren. Ik wist dat als ik één goed jaar speelde, de profclubs wel zouden komen. En dan hoefde ik nooit meer terug naar de amateurs. Dat seizoen kwam en de club ook. Na een jaar kwam Telstar en kon mijn profcarrière echt beginnen.

Als ik over mijn periodes in Israël (Hapoel Beër Sjeva en Maccabi Haifa, red.) vertel krijg ik gewoon kippenvel. Toen ik hoorde van de interesse was ik in eerste instantie negatief. Ik kende Israël van het nieuws, daar wou ik echt niet gaan voetballen. Een oud-ploeggenoot van me speelde er al en hij overtuigde me toch eens te gaan kijken. Ik landde daar voor een wedstrijd en het viel me gelijk op hoe modern alles was. Tijdens die wedstrijd speelden Beër Sjeva tegen de nummer laatst of een-na-laatst, maar ze hadden zo veel supporters mee. Puur door de geruchten die rondgingen werd ik al herkend daar. Supporters smeekten me om te komen. Het was zoveel liefde dat ik me verplicht voelde om te komen. Die mensen rekenden op mij. Bij mijn debuut scoorde ik gelijk en de liefde van de supporters was er meteen. Die is nooit meer weggegaan en heb ik het hele jaar gevoeld.

De schuilbunker in

De sfeer is er bij de grote clubs in Israël altijd. Het voetbal leeft daar. Ook in de straten spreken supporters je altijd aan om hun mening te geven. Maar nergens was de sfeer zoals bij Maccibi Haifa. Dat was speciaal. Als ik daar het veld opkwam kreeg ik zo’n enorme boost. Dan keek ik naar al die mensen en besefte dat ze er voor mij waren. Het was nu mijn plicht ze iets te geven. Je wilt presteren voor die supporters. Voetbal zonder supporters zoals de afgelopen anderhalf jaar vond ik erg wisselend. Met publiek kan ik toch nét dat beetje extra geven. Ik hou er van een publiek te zien, te voelen, te horen.

Je kan natuurlijk niet jaren in Israël wonen zonder iets van de oorlog mee te krijgen. Ik weet nog goed dat de eerste keer het alarm afging. Het geluid was zo hard dat ik wakker schrok. Ik sprong op en rende gelijk naar de bunker. Vanuit daar keek ik voorzichtig uit het raam. Mensen liepen gewoon normaal over straat. Taxi’s reden voorbij. Links van me liep een oud vrouwtje met boodschappen. Iets verderop stond iemand de hond uit te laten. Terwijl de bommen in de lucht onschadelijk werden gemaakt. Als je de lokale bevolking zag, dan stelt het ineens een stuk minder voor. It’s a way of life.

“Jouw carrière gaat kapot”

Ik wist van collega’s dat het niet altijd allemaal perfect geregeld was in het buitenland en dat de mogelijkheid tot problemen er was. Bij het Turkse Alanyaspor gebeurde het mij. Na mijn eerste half jaar moest ik bij de president komen. Ze hadden mij niet meer nodig. Hun oplossing was vrij simpel. Je bekijkt het maar, je moet nu je contract inleveren en direct wegwezen. Geen middenweg mogelijk. Maar ik had met mijn volle verstand een contract getekend dat nog twee jaar doorliep. Ik heb hard gewerkt voor dat contract. Ik heb dat contract verdiend. Zij hebben met hun volle verstand mij dat contract geboden. Het werd een principekwestie. De boodschap van de president was duidelijk: “we maken jou het leven zuur en je zult vertrekken”. “Dan ken jij Plet nog niet” reageerde mijn zaakwaarnemer.

Die zin van die voorzitter gaf mij zoveel kracht. Ik was er op gebrand te laten zien uit welk hout ik gesneden ben. Twee jaar lang heb ik drie keer per dag voor mezelf getraind. Ik heb me in die periode heel eenzaam gevoeld. Mijn familie ging nooit mee naar het buitenland, om de kinderen wat stabiliteit te kunnen bieden. Elk halfjaar hoopte ik op een transfer, maar het kwam nooit. Op zo’n moment valt er niks meer te strijden. Hoe hard ik ook trainde, hoe fit ik ook was. De kans zou toch nooit komen. Dat kan je echt wel opbreken. Maar ik wist waar ik het voor deed. Ik heb elke cent gepakt waar ik recht op had. De president had als dreigement al gezegd dat geld geen enkel probleem was. Hij wilde me best elke cent betalen, maar na die jaren zonder speeltijd zou mijn carrière wel kapot zijn. Ik was gemotiveerd hem zijn ongelijk te bewijzen en dat is gelukt.

Toen ik transfervrij was keerde ik gewoon weer terug bij Telstar. Veel mensen die er 10 jaar geleden waren zijn er nu nog altijd. Frank Korpershoek natuurlijk ook haha. Zijn carrière heeft iets indrukwekkends. Uiteindelijk wil elke speler een mooie carrière hebben. Dat je zo lang bij een club mag spelen en echt je stempel kan drukken vind ik echt fantastisch. Zelf ben ik na al die jaren ook heel blij dat ik bij Telstar mag voetballen. De cirkel is voor mij nu rond.

Sander Wesdijk
Altijd op zoek om de mooiste wedstrijden en stadions vast te leggen met mijn camera. Van het Nederlandse amateurvoetbal tot de tofste wedstrijden over de hele wereld!

Reageren is niet mogelijk.

0 %