Di Natale, fenomeen met zeldzame loyaliteit

2

Een stukje heldenverering op zijn tijd kan geen kwaad. Zeker niet wanneer het een voetballer betreft, die naar onze mening uniek is in zijn soort. Echte clubliefde komt tegenwoordig nog maar weinig voor, maar Antonio Di Natale bezit deze mooie eigenschap. Hij speelde liefst tien jaar voor Udinese, een provincieclub in het Noord-Italiaanse Udine. De geboren Napolitaan maakte vandaag bekend aankomende zomer een punt te zetten achter zijn 18-jarige loopbaan. Een groot gemis voor Udinese aangezien ‘Totó’, zoals Di Natale liefkozend wordt genoemd, reeds 162 doelpunten in het zwart-witte shirt maakte en in 2010 en 2011 zelfs topscorer werd van de Serie A.

Ondanks zijn enorme loyaliteit aan Udinese was de inmiddels 36-jarige Di Natale in de beginjaren van zijn carrière een stuk minder honkvast. In de periode van 1996 tot 2004 stond hij, na er de jeugdopleiding te hebben doorlopen, liefst acht jaar onder contract bij Empoli. Toch sleet hij bijna drie van deze acht jaren bij modale clubs als Iperzola, Varese en Viareggio, hetzij op huurbasis. Hij leek bestemd voor een voetbalcarrière in de lagere regio’s van de Italiaanse voetbalpiramide. Dit alles veranderde toen hij in 2004 tekende voor Udinese en ging spelen in het Stadio Friuli.

Hij groeide in Udine, mede door zijn doelpunten en Zuid-Italiaanse winnaarsmentaliteit, uit tot de held van de gehele provincie Friuli-Venezia Giulia. Evert ten Apel zou Di Natale dan ook beschrijven als een typisch Italiaanse spits. Een toepasselijke beschrijving van een aanvaller zonder echt specifieke kwaliteiten. Hij had simpelweg de gave om zich alleen te bemoeien met het spel wanneer er echt wat te halen viel, om de bal vervolgens vanuit elke mogelijke hoek in het doel te schieten. Een eigenschap die voornamelijk spitsen uit de laars van Europa lijken te bezitten.

De afgelopen jaren onderstreepte Di Natale zijn band met Udinese door Juventus meerdere malen af te wijzen. Zelfs deze zomer, op 35-jarige leeftijd, kreeg de kleine Napolitaan de kans om voor topclub AC Milan te tekenen. Desondanks zwoer hij zijn club trouw en stal met dit gebaar de harten van talloze voetbalsupporters. Uiteraard zal hij beseft hebben dat hij ondanks zijn vele nationale en internationale doelpunten te klein was voor het tafellaken en te groot voor het servet. Een ware topvoetballer in de marge, maar bang om zijn status te breken onder druk bij een grote club.

In deze tijd waarin geld een steeds grotere rol in het voetbal speelt, bewonderen wij de clubliefde van Antonio ‘Totó’ Di Natale zeer. Het Italiaanse, maar ook het mondiale voetbal verliest een groot voorbeeld. Een voorbeeld voor alle spelers, die hun club jaarlijks weer verlaten voor een paar extra consumptiebonnen bij de rivaal.

Ook leuk om te lezen