Aanpak hooligan kan ook nu al

Vrouwe JustitiaAfgelopen donderdag (2 februari 2012) stuitte ik in ‘het Parool’ op een ingezonden brief met deze titel, mijn aandacht was direct getrokken want wij van In de Hekken hebben aan dit onderwerp al de nodige aandacht besteed. Vooral de totaal belachelijke ‘je was er bij, je bent erbij’ regel was al onderwerp van onze spot. Deze regel druist immers rechtstreeks in tegen het recht van iedere Nederlandse burger. Je bent onschuldig tot het tegendeel is bewezen.

De ingezonden brief is geschreven door Mr.C.J.J. Visser, strafrechtadvocaat bij Bovens Prins Visser advocaten, Amsterdam en Mr. D.P.Hein, strafrechtadvocaat bij Korvinus van Roy & Zandt advocaten, ook te Amsterdam. Dat is een hele mond vol, maar na enig onderzoek bleek dat beide heren ook ‘gewoon van het spelletje houden‘ en dat ze de brief vooral hebben gestuurd omdat er de laatste tijd veel commentaar is geleverd op de voetbalwet, terwijl dit 1. regelgeving betreft die zich niet alleen tot voetbalevenementen beperkt; 2. er de laatste tijd op basis van oneigenlijke argumenten gestreeft lijkt te worden naar meer repressie rondom grote (voetbal)evenementen.

Daarnaast is met name Christian Visser een ervaringsdeskundige; hij verdedigt een groot aantal supporters die een stadionverbod opgelegd hebben gekregen. David Hein wist ons ook te vertellen dat de brief inmiddels verstuurd is aan CDA kamerlid Çörüz, maar er is tot nu toe nog geen reactie op gekomen. We houden je op de hoogte! Hieronder de inhoud van de brief;

Artikel 141 geldt ook voor meeloophooligans

Afgelopen donderdag kwam de Tweede Kamer bijeen om samen met betrokken partijen te spreken over de zogenaamde Voetbalwet. Deze wet voldoet volgens vele volksvertegenwoordigers niet; “De wet is te soft,” zo stelde de heer De Mos van de PVV.

Sinds september 2010 is de voetbalwet van kracht. Deze wet, die preciezer “maatregel voetbalvandalisme en ernstige overlast” heet, zou Maasgebouwrellen, aangevallen keepers en ongeregeldheden zoals rondom de voetbalwetstrijd FC Utrecht- FC Twente moeten voorkomen.

In tegenstelling tot wat de uitdrukking ‘Voetbalwet’ doet vermoeden, is het niet een aparte wet, maar betreft het aanpassing van en aanvullingen bij de Gemeentewet, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht.

Op dit moment bestaan civielrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke mogelijkheden om hooliganisme te voorkomen. Het civielrechtelijk traject bestaat uit een stadionverbod en een boete. Het stadionverbod wordt opgelegd door de club en/of de KNVB en geldt voor alle stadions in Nederland. Bovendien geldt het voor wedstrijden in het buitenland waarbij een Nederlandse club is betrokken. Er zit in principe geen maximale tijdsduur aan. Handhaving is een verantwoordelijkheid van de clubs en dus geen overheidstaak.

Het bestuursrecht biedt de burgemeester de mogelijkheid om groepsverboden, meldplichten en omgevingsverboden op te leggen. Met een omgevingsverbod kan de burgemeester een raddraaier uit de buurt van het stadion verbannen. Deze maatregelen gelden in beginsel voor drie maanden, maar kunnen drie maal verlengd worden tot maximaal een jaar. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kan er na dat jaar een nieuw omgevingsverbod worden opgelegd.

Tot slot geldt voor hooligans, net als voor iedere burger, het gewone strafrecht. Iedere strafrechter in Nederland heeft daarenboven de mogelijkheid een stadionverbod op te leggen.

De civielrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen kunnen naast elkaar en tegelijkertijd worden opgelegd. Met andere woorden: het lijkt er op dat er mogelijkheden te over zijn om hooligans aan te pakken.

Desalniettemin lobbiet de KNVB vooruitlopend op de evaluatie van de wet in april, voor strengere regelgeving met betrekking tot voetbalevenementen en dus voor een aanpassing van de Voetbalwet. In een reportage van het televisieprogramma ‘Eenvandaag’ van 24 januari werd de visie van de KNVB verwoord. De bond stelt dat er “op dit moment <…> onvoldoende middelen zijn om op te treden tegen mensen die zelf niet aantoonbaar iets doen, maar door onderdeel uit te maken van een groep de overige leden aanmoedigen in hun gedrag.” In de media worden deze mensen als ‘meeloophooligans’ omschreven.

Ook CDA-Tweede Kamerlid Çörüz meent dat de meeloophooligan aangepakt worden. Hij stelt naar aanleiding van de bijeenkomst in het parlement op 24 januari dat degene die meeloopt en niks doet, pech heeft gehad. ‘Dan ben je ook verantwoordelijk. Je had genoeg tijd om bij dat tuig weg te gaan’.  En dat alles onder het motto ‘Je was erbij, je bent erbij’.

De kritiek van de KNVB en Çörüz richt zich dus eigenlijk niet zozeer op de voetbalwet, maar op de reikwijdte van artikel 141, openlijke geweldpleging. Artikel 141 verbiedt geweld tegen goederen en personen en wordt daarom in de praktijk gebruikt voor de vervolging van kermisrellen, Nieuwjaarsrellen en bovenal voetbalrellen.

Die reikwijdte is al ruim. Sterker nog: het artikel ondervangt het door Çörüz en de KNVB gestelde probleem van de meeloophooligan. Het schreeuwen, aanmoedigen en niet tijdig weglopen bij rellen is strafbaar op grond van artikel 141. In het verleden heeft hoogste rechtscollege van Nederland, de Hoge Raad, niettemin bepaald dat het principe ‘je was er bij, je bent er bij’ niet geldt.

Dit is niet zonder reden, zo menen de schrijvers dezes. Dit adagium leidt er namelijk toe dat een van de belangrijkste principes in het Nederlandse strafrecht, namelijk dat men niet gestraft kan worden zonder enige mate van verwijtbaarheid, overboord wordt gegooid.

Omdat noch de voetbalwet, noch artikel 141 zich beperkt tot voetbalhooligans, leidt het idee van Çörüz tot een onwenselijke situatie. Het maakt het zich in een groep bevinden tot een uiterst risicovolle aangelegenheid, waarbij deelname aan een politieke demonstratie al helemaal af te raden is. Immers, wanneer iemand buiten uw zicht en wetenschap om geweld gebruikt, bent u ook strafbaar. Alle studenten die zich vorig jaar op het Malieveld bevonden toen staatssecretaris Halbe Zeilstra werd bekogeld, zouden in dat geval strafbaar zijn.

De door de KNVB en Çörüz gewenste aanpassingen van de Voetbalwet zijn zinloos en voor de bühne, want de huidige regelgeving is al ruim voldoende om iedere relschopper, en dus ook de meeloophooligan, te vervolgen en te bestraffen.

Mr. C.J.J. Visser is strafrechtadvocaat bij Bovens Prins Visser advocaten te Amsterdam.

Mr. D.P. Hein is strafrechtadvocaat bij Korvinus Van Roy & Zandt advocaten te Amsterdam.

Ook leuk om te lezen