Welkom in de heksenketel van PSS Sleman

Op grote afstand hoor ik het lawaai al uit het Maguwoharjo Stadium komen. Vreemd, want het is meer dan een uur voor de wedstrijd. Vol nieuwsgierigheid loop ik als enige westerling om het stadion heen, richting de hoofdtribune. Als ik het stadion daadwerkelijk binnenkom sta ik versteld; allebei de korte kanten zitten al stampvol. Vooral de Curva Sud puilt uit. Mensen hangen letterlijk in de hekken, terwijl het veld nog leeg is. Ik ga op een betonnen ‘bankje’ zitten en kijk vijf minuten mijn ogen uit.

PSS Sleman is een club uit Indonesië, in de gemeente Yogyakarta. Het is de regerend landskampioen en erg populair bij jonge mensen. Daarnaast staat Sleman bekend om zijn supporters; de Brigata Curva Sud. Geïnspireerd door de Curva Sud van AC Milan proberen zij hun club te supporten. En dat gaat ze aardig goed af.

De wedstrijd die ik bezoek is PSS Sleman – Persenga Nganjuk (3-1). Het is de openingswedstrijd van de Indonesische competitie, de Premier League Indonesia 2014. Voetballer Kristian Adelmund, ex-Feyenoorder (jeugd) en nu spelend bij PSS Sleman, vertelde mij voor de wedstrijd dat het erg los kon gaan op de tribunes. Vooral op het gebied van choreografieën schijnt de Curva Sud erg goed te zijn. Voor Adelmund is het elke wedstrijd weer heerlijk om het veld op te komen vertelde hij.

Passie

Je merkt het direct bij binnenkomst; Indonesiërs zijn gepassioneerd. Ook al is het voetbal hier niet van erg hoog niveau, de mensen staat 110% achter hun club. Al tijdens de warming-up spat dit er vanaf. Een man komt langsgelopen met zijn zoontje van een jaar of 6 op zijn schouder. Beiden zingen uit volle borst mee: ‘Sleman ‘till I die, Sleman ‘till I die!’ Dit met een blik in hun ogen alsof dit de kampioenswedstrijd is. En dat op de hoofdtribune.

Als de tegenstander het veld op komt, lijkt de stemming wat om te slaan. Van grote euforie, naar hatelijk. Er begint meteen een hels fluitconcert en proppen, loempia’s, flesjes water en wc-rollen komen het veld op. De tegenstander is ‘verwelkomt’.

Choreografie

Al voordat ik in het stadion kwam werd mij duidelijk dat de Curva Sud iets van plan was. Er stonden bij de ingangen jonge dames geld in te zamelen voor de sfeeractie. “Het is voor een goed doel”, dacht ik. En ik geef 20.000 Rupiah, zo’n €1,30. Het meisje staat versteld te kijken naar het, voor Indonesische begrippen, hoge bedrag.

Net voor aanvang van de wedstrijd gaan een aantal leden van de Curva Sud het stadion rond. Er worden A3-papieren uitgedeeld met verschillende kleuren, iedereen weet wat de bedoeling is. Maar vooral de op de korte zijde, de plek van de Brigata Curva Sud, begint de choreo voor de wedstrijd al. Het publiek toont, door middel van de A3-papieren, een grote beker. Ze maakten weer even duidelijk dat zij de landskampioen van vorig jaar zijn en dat ze dit jaar wederom gaan voor de hoogste plek.

Als de spelers het veld op komen doet het hele stadion mee. De papieren gaan omhoog en omlaag, er wordt mee gezwaaid en mee gegooid. Het is voor Europese voetbalsupporters oogstrelend.

Minuut ‘85

Van te voren was ik voorbereid door Kristian Adelmund, hij had mij verteld dat de regels omtrent vuurwerk rond de wedstrijd waren aangescherpt. Voor en tijdens de wedstrijd was het verboden om vuurwerk af te steken. Na de wedstrijd daarentegen. “Wordt het hele stadion in de fik gestoken”, aldus Adelmund. Dit was waar ik voor gekomen was.

De 85e minuut. Hier en daar ontstonden wat brandjes. “Spannend”, dacht ik. Vijftien meter verderop begon een jochie van tien te zwaaien met een rookbom. Dit leek wel een soort vrijbrief voor de rest van het stadion om hun fakkels, vuurwerk en rookbommen te ontsteken. “No pyro, no party”, vertelde een Indonesiërs schuin achter me in zijn beste Engels. Het was duidelijk wat Adelmund bedoeld had en ik ben even gaan genieten. Zo vaak zie je dit niet met eigen ogen. Ook tegenover de Curva Sud, waar een andere supportersgroep zit, Slemania, werden fakkels en rookbommen afgestoken. Het was een zee van rook en vuur. Genieten en kippenvel.

Veel lawaai, minder beleving

Wat opviel in het stadion, was dat er weinig gereageerd werd op het spel. Het was een heksenketel, dat zeker, 90 minuten zingt en schreeuwt de aanhang van Sleman. Maar als er een grove overtreding gemaakt werd, en die werden gemaakt, hoorde je het publiek nauwelijks. Ze bleven ‘stug’ doorgaan met zingen en vlagzwaaien. Ook tijdens de doelpunten die vielen, waarvan één schoonheid (een schot van 25 meter in de kruising), werd er minder gereageerd dan ik had verwacht. Uiteraard sprong iedereen op, maar daarna ging het publiek gewoon verder met waar ze die minuut mee bezig waren, maar dan iets harder. Het ‘Alleen zingen als je voorstaat’ kennen ze daar dus niet.

Kwaliteit

Van het spelletje hebben ze in Indonesië niet echt kaas gegeten. Het niveau van de Indonesische Premier League is hoogstens te vergelijken met hoofdklasse in Nederland. Toch was de wedstrijd redelijk aantrekkelijk om te zien. Er gebeurde veel: vier doelpunten, waarvan één beauty, grove overtredingen en met kleine vlaagjes tiki-taka-voetbal van Slemans kant.

Op de tribunes was het hoogstaand. Dit had ik nog nooit meegemaakt. 90 minuten zo achter je club staan, is uitzonderlijk. En dat mensen massaal met zoveel passie mee konden schreeuwen was nieuw voor mij. Grotendeels met kippenvel in het Maguwoharjo Stadium gezeten. Hier kunnen veel clubs in Europa nog wat van leren.

Dit gastartikel is geschreven door Sven Wanders die in het kader van zijn studie journalistiek drie weken in Indonesië verbleef (en genoot).

Ook leuk om te lezen