”Voetbal is geen TV-programma”. We roepen het al jaren. Tot een maand of drie terug was het een cliché. Een oneliner. Helaas is deze leus waarheid geworden tijdens de coronacrisis. Voetbal op TV, voor lege tribunes, maar mét supporters(geluid). 

Voetbal is geen TV-programma

Afgelopen week zag ik toevallig vijf minuten Bundesliga voetbal. Waar het in Duitse stadions altijd sfeervol is, kon je nu de spelers horen praten. Verschrikkelijk. Toch begrijp ik het wel. Begrijp me niet verkeerd: het voetbal is een doodzieke business geworden. Maar daar werken wel vaders en moeders. Onderhoudsmensen en koffiejuffrouwen. En deze mensen zijn afhankelijk van die absurde miljoenen miljarden die er in het voetbal omgaan. Het seizoen afmaken voor lege tribunes, om deze mensen hun baan te redden. Ik kan het begrijpen.

Ik kijk het liefst voetbal in een stadion. Of een sportpark. Ergens waar je de sfeer kan proeven. Dortmund – Schalke op TV, daar is ook weinig mis mee. Maar als er geen supporters zijn, is het maar gewoon een simpel wedstrijdje en geen derby om leven en dood. Alsof je naar een besloten oefenwedstrijd zit te kijken. Fox gaat nu tv kijkers de keuze geven om de wedstrijden met supportersgeluiden te bekijken. Nep. Plastic. Een voetbalwedstrijd waar je spelers hoort communiceren voor lege tribunes is verschrikkelijk. Maar neem de situatie zoals hij is. Accepteer het dat er gespeeld wordt zonder publiek. Voor de koffiejuffrouw. Maar accepteer dan ook dat er geen supporters(geluiden) zijn. Voetbal is namelijk geen TV-programma.

Stefan van Leeuwen
Liefhebber van de supporterscultuur, regelmatig te vinden met camera op de tribunes in binnen- en buitenland.

    Ook leuk om te lezen

    Reageren is niet mogelijk.