Tot Wenen liep alles gesmeerd (1980)

Een kleine tweehonderd supporters waren op 17 September 1980 getuigen van de eerste Europacupwedstrijden tegen het Roemeense FC Arges Peststi. Ze waren allemaal ingevlogen, behalve Hans van der Woerd en Kees Ruijs. Het avontuurlijke duo pakte de trein. Tot Wenen liep alles gesmeerd

Door Martin Donker:

Vijftigers waren het toen, Hans van der Woerd (54) en Kees Ruijs (51) zien elkaar nooit meer. De een heeft zich zogenaamd afgewend van FC Utrecht maar kocht nog een keer een seizoenkaart omdat er weer een Europacupwed­strijd aan zit te komen. De an­der blijft fan tot in zijn graf, maar woont een stuk verder­op, in Lelystad.

Hoe onafscheidelijk waren ze twintig jaar geleden. Hadden ze vanavond zin om naar En­geland te reizen, dan gingen ze morgenochtend. “Vrijheid blijheid. Mijn vrouw was net bij me weggelopen, en Kees was nog vrijgezel,” zegt Hans. “We had den veel gemeen,” zegt Kees. “We hielden van The Kinks, Engels voetbal, rei­zen en FC Utrecht.” Op dinsdag 16 september 1980, vroeg in de ochtend, be­ginnen Van der Woerd en” Ruijs aan hun legendarische treinreis. Het wordt zo’n bi­zarre trip dat ze hun verhaal weken later voor de radio moeten navertellen aan Harry Vermeegen. “Honderd uur op pad voor an­derhalf uur voetbal. Maar het allerergste was die knagende onzekerheid. Halen we de wedstrijd ja of nee.”

Het begint met een misver­stand. “De UEFA wilde de wedstrijd tegen Arges om­draaien: eerst spelen in Utrecht. Het reisbureau heeft daarop wat al te voorbarig de vluchten geannuleerd. Op het laatste moment zijn er toch weer twee charters geregeld, maar kleinere. Wij behoorden tot de gedupeerden.” “Maar we moesten en zouden het Eu­ropese debuut van ons kluppie bijwonen. Niemand hield ons tegen. Op vrijdag bestelden we bij de NS twee retourtjes Pites­ti, op maandag gingen we naar Den Haag om visa te regelen. Op de Roemeense ambassade was dat snel geregeld, maar de Hongaren wilden ons drie da­gen laten wachten. Dat ging dus niet.” Buiten het hek staat iemand die hen verzekert dat je aan de grens Oostenrijk­Hongarije simpel een visum kunt regelen. “De man klonk zo overtuigend dat we dinsdag maar zijn ingestapt. Volgens het reisschema zouden we de volgende ochtend om tien uur station Pitesti binnenrijden. Zes uurvoor de aftrap.” Tot Wenen is er geen vuiltje aan de lucht. Dan doemen de eerste problemen op. De trein passeert geen grens­post en er kan dus ook geen Hongaars visum worden aan­geschaft. “Volgens de conduc­teur was er maar een manier: nu uitstappen, taxi nemen, bij de grens visumpje regelen en op het eerste het beste station in Hongarije deze trein weer zien te halen.” Dat mislukt. Ze zijn een frac­tie te laat. “We zagen nog net de kont van onze trein.” Hans en Kees pikken de stoptrein naar Boedapest, maar ook in de Hongaarse hoofdstad zien ze opnieuw alleen de achterkant van ‘hun’ express. Er rest nog een mogelijkheid: de Orient Express. Die vertrekt ‘s avonds om elf uur. De Orient Express op weg naar Boekarest blijkt een ter­gend traag monster. Onge­makkelijk, koud, geen spat water aan boord bovendien.

“En dat ding stopte op elk sta­tion. En op elk station storm­den er uniformen binnen. Vroegen naar geld, paspoor­ten, visa. Van slapen kwam niks. Lag je net een beetje weg te soezen onder een jas was er weer controle.” Zo komen we nooit op tijd, weet het duo. Een medepassagier rekent het trouwens haarfijn uit: als ze woensdagmiddag in Pitesti willen zijn, dan kunnen ze straks beter in Brasov uitstap­pen en vandaar de bus pikken. “Die bus zou om zeven uur ‘s ochtends vertrekken en vijf uur later in Pitesti aankomen. Wat gebeurt? Vertraging. We arriveren om half acht in Bra­sov.” Voor 125 gulden maken Hansen Kees een deal met een taxi­chauffeur. “Zoveel geld had­den we niet te makken, maar dat interesseerde ons geen bal. Een ding hield ons bezig: we moesten om vier uur ‘s mid­dags in dat stadion zitten. Daar kregen we de zenuwen van.”

Halverwege Brasov en Pi­testi, een autorit van vijf uur over een stoffige en hob­belige weg, slaat het noodlot andermaal toe. “De benzine­pomp trok het niet als we ber­gop reden. Die chauffeur maar blazen bij z’n tank, maar er viel niet tegenop te blazen. Uit wanhoop zijn we toen auto’s gaan aanhouden. Meeliften wilden we. Zo snel mogelijk. Desnoods tegen betaling. Nu begon de tijd echt te dringen.” Een jong paartje met kind le­vert het doodnerveuze stel uit­eindelijk een uur voor de af­trap van FC Arges – FC Utrecht af bij het supporters­hotel in het Roemeense olie­stadje. “Daar hebben we ons snel verkleed en zijn met de andere supporters in de bus gestapt. De adrenaline zat ons tot hier. En een honger. En een dorst. En een vermoeidheid. Maar wat een opluchting.” Van der Woerd en Ruijs zagen een harde 0-0, maar behalve een gemiste strafschop van de thuisclub kunnen ze zich er weinig van herinneren. Ze hebben trouwens nooit be­taald voor de wedstrijd of hun hotelkamer. “Maar ik denk niet dat iemand ons dat kwa­lijk zal nemen.

Op de terugreis begon de ellende namelijk van voren af aan. We hadden wel treinkaartjes, maar geen reser­veringen. Spoorwegpolitie er­bij. Weer een berg ellende. We konden het afkopen met een pakje Marlboro van een FC Utrecht-supporter die op doorreis was naar Italië. Want zelf roken we niet.” Aan de grens Roemenie- Hon­garije blijkt het duo een nieuw visum nodig te hebben. “We zijn toen zelfs door agenten met zoeklichten en mitrail­leurs op de rug uit de trein ge­haald. Die joegen ons eerst een trammetje en later een bus in op weg naar een grenspost. Godzijdank was de douanier voetballiefhebber. Hij had Ar­ges – FC Utrecht de vorige dag op tv gezien. Toen waren de formaliteiten zo gepiept”

Tussen Wenen en Utrecht wanen de geplaagde fans zich in een eldorado. Ze delen met twee dames op leeftijd wa­rempel een slaapcoupe en arri­veren zaterdagochtend zo verfrist dat Hans zich voor­neemt Jong FC Utrecht – Jong De Graafschap te bekijken en Kees dadelijk naar Posta fietst. “Ik speelde in het derde. Om een uur stond ik gewoon op het veld. En scoren, ook dat nog.” De trip kostte het duo 1500 gulden, vier snipperda­gen en kilo’s aan lichaamsge­wicht. “Slecht eten, weinig sla­pen, veel stress. Dat tikt aan.” Maar spijt? Nooit gehad. Kees: “Dat radio-interview met Ver­meegen heb ik op cd laten zet­ten. Op verjaardagen is het nog steeds een tophit.”

Dit geweldige verhaal is afkomstig van Bunnikside.nl, waar  nog veel meer schitterende verhalen te vinden zijn voor de fijnproever.

Ook leuk om te lezen