Against Modern Life

Amper 3 kwartier voor de aftrap besloot ik om toch naar FC Groningen te gaan. Ik weet het, dat is zo 1990, maar toch. In de auto overdacht ik mijn FC Groningen verleden. Inmiddels ben ik zo ´verengelst´ dat het Nederlandse voetbal mij amper nog interesseert. Steeds vaker denk ik dat het oude Oosterpark Stadion mijn liefde voor het Engelse voetbal heeft ingeluid. Als jochie bracht ik uren achtereen door langs het trainingsveld van datzelfde stadion. Misschien klinkt het gek maar het eerste elftal trainde destijds op een belachelijk klein trapveldje pal naast het stadion daar midden in die woonwijk. De training zelf was voor mij als straatschoffie nooit het hoogtepunt. Dat waren de ansichtkaarten. Iedere speler had een stapel kaarten van zichzelf in de auto liggen en daar kon je om vragen als de spelers na de training gedoucht waren.

Als je klein bent dan lijken volwassenen in je verbeelding misschien groter dan in werkelijkheid. Maar dit waren echt geen mannetjes met koptelefoons om de oren en Smartphones voor de ogen. Dit waren echte mannen. Mannen als Hennie Meijer, Jan van Dijk en Jos Roossien. Mannen die wel even tijd hadden om een kaartje uit te delen of een handtekening te krabbelen. Soms liep er een ene meneer Koeman rond. De ´oude´ meneer Koeman had altijd tijd voor een praatje of een handje voor wie dan ook. Soms had hij zelfs kaarten bij zich van zijn zonen Erwin en Ronald in respectievelijk een PSV- en Barcelona-shirt.

De wedstrijden in het Oosterpark Stadion waren helemaal geweldig. Zeker de avondwedstrijden onder de floodlights van het Oosterpark Stadion. Voor rond de 8 gulden stond ik vaak op Zuid. En als de FC dan weer eens scoorde en ons weer eens liet juichen dan mochten we hoog in de hekken. De hekken van het Oosterpark Stadion.

floodlight

Ik heb echt niets met de Euroborg. Voor mij is FC Groningen gewoon een andere club geworden. Dat het nodig was dat snap ik ook wel maar het is het gewoon allemaal net niet. Maar goed, ik had er zin in. Een bekerwedstrijd van FC Groningen. Een beetje kinderachtig misschien maar ik sprak met mezelf af dat ik zou gaan proberen een oude Oosterpark beleving naar boven te halen. Ik was toch alleen, iets wat ik graag ben, dus niemand hoefde last van deze ongewone afspraak te hebben.

Een ticket was nog niet in mijn bezit dus snelde ik me vlak voor aanvang naar de ticketoffice. De prijs viel me alleszins mee en daar was mijn eerste Oosterparkgevoel. FC Groningen v NEC koste 10 euro en daarvoor had ik echt een prima plek. Ik weet nou niet of 22 gulden voor een bekerwedstrijd in het Oosterpark Stadion goedkoop was, maar dat even terzijde.

Voor aanvang van de wedstrijd nam de Euroborg op indrukwekkende wijze afscheid van Martin Koeman. Een clubman in hart en nieren. Ik kende hem persoonlijk niet maar weet wel te vertellen dat het een uiterst vriendelijke man was. Zonder poeha, zoals het een noordeling betaamt.

Met het beton van de Euroborg in het zicht kon ik me maar moeilijk aan de met mezelf gemaakte afspraak houden. De floodlights van de Euroborg noem ik geen floodlights en in eerste instantie deed geen enkel ander aspect me aan het oude Oosterpark denken. De wedstrijd was amper begonnen en ik begon me al gewonnen te geven. Dit ging niet lukken. Het Oosterpark gevoel is niet meer en komt nooit meer terug. Maar toen gebeurde het.

Mijn telefoon viel uit. De batterij was volkomen leeg en ineens was ik afgesloten van de rest van de wereld. Ik keek de lelijke Euroborg eens rond. Wat nu? Ik kon eigenlijk maar één ding doen. Ik moest nu wel naar het voetbal kijken. En toen kwam daar ineens het Oosterpark gevoel en het was heerlijk. Ineens zag ik weer aspecten van de wedstrijd die ik in jaren niet gezien had. Zo zag ik zowaar een driehoekje op het veld en betrapte Ulrich Wilson (in werkelijkheid was het Eric Botteghin) erop dat hij niet goed opengedraaid stond. Even later gooide Jan Veenhof (in werkelijkheid was het Maikel Kieftenbelt) een bal verkeerd in. Normaal zijn dat net de momenten dat je even je Whatts-app checkt en dit soort zaken mist maar de telefoon was nog steeds leeg. Ik zag het mooie tenue van FC Groningen op het veld. Het maagdelijk wit van de broekjes was hier en daar besmeurd met groene grasvlekken en het FC Groningen-groen droop als vanouds over de schouders van het shirt. De donkere Hennie Meijer (in werkelijkheid was het Genero Zeefuik) miste weer eens een kans zoals FC Groningen legio kansen miste. NEC won met 0-1 en hoewel ik het nog steeds oprecht jammer vond baalde ik er niet eens van. Het was namelijk op z’n Oosterparks. Ik had weer dat heerlijke, oude en nostalgische gevoel te pakken. Ik had genoten, echt weer als vanouds voetbal gekeken!

Als enige Groninger liep ik even later tevreden de Euroborg uit. Het ‘Laat ons weer eens juichen’ en ‘We holn van ons Grunn’ kwam net als toen in het Oosterpark weer uit de speakers en het was heerlijk. Ik moest dit thuis gaan vertellen. Ik moest zo snel mogelijk vertellen dat ik dat oude gevoel, dat wat ik al die jaren zo gemist heb, weer heb mogen beleven. Maar bellen kon ik niet. En dat was heerlijk want dat zou alles meteen verpest hebben. In de Oosterparktijd moest ik immers ook eerst als een gek naar huis fietsen om pas dan te kunnen vertellen wat ik allemaal weer beleefd had. De tijd van Smartphones was toen uiteraard nog niet ingetreden. Ik moest dus zo snel mogelijk naar huis. Het ontging me dat ik pas na 5 minuten lopen vanaf de Euroborg pas de eerste woning zag. Het ontging me dat FC Groningen, ondanks mijn fantasie, niet meer midden in de samenleving woont. Maar naar huis ging ik nog niet…

De avond moest namelijk passend worden afgesloten. Deze avond moest eindigen op de enige juiste manier. Amper een kwartier later draaide ik de Zaagmuldersweg op.

Ik stapte uit en langzaam naderde ik het oude Oosterpark stadion. Ik keek omhoog en onderscheidde in het duister de brandende floodlight (in werkelijkheid was het een flat). Mijn blik schoot weer omlaag en ik zag de verpauperde poort (in werkelijkheid was het een kunststof kozijn) die toegang verschafte tot de hoofdtribune en het trainingsveld. Langzaam liep ik verder. Daar was het trainingsveld waar ik uren had rondgestruind (In werkelijkheid was het een aangelegde vijver). Minutenlang bleef ik staan en haalde zo oude FC Groningen herinneringen op. Zo zag ik Milko Djurovski voor me in zijn maillot en Roman Sion met zijn klassieke passeerbeweging. Jan van Dijk vrat het veld voor mijn ogen weer eens op en Patrick Lodewijks haalde een stuk leder uit de kruising. In werkelijkheid was Martin Koeman er ook. Martin Koeman zal altijd in onze herinnering blijven. Maar FC Groningen en het oude Oosterpark Stadion zijn echter alleen nog maar op te roepen in de wildste en grootste fantasieën van deze tijd. Ja ik keek helaas niet naar een brandende floodlight, verpauperde toegangspoort of gaar trapveldje. In werkelijkheid waren het flats waar mensen hun lampen hadden branden, kunststof kozijnen die er gelikt uitzagen en een perfect aangelegde vijver. Helaas, het Oosterpark is niet meer. Het is gelukt om het Oosterpark Stadion af te pakken, maar van mijn fantasie blijft iedereen af!

Ook leuk om te lezen