Maradona: de springende circusaap

photo

Mijn collega Paul had ‘t goed voor mekaar. Bij hem in Jeddah (Saoedi Arabië) was er ten minste nagesynchroniseerde Ter Land, Ter Zee En In De Lucht op de televisie. Ik daarentegen, moest het doen met paardenraces uit Australië en slecht geacteerde soaps. Aangezien de klassieker tobbedansen stond te beginnen beëindigde hij het telefoongesprek, waarop ik besloot de lokale klassieker hier te gaan bezoeken. De Emiratische topper Al Wasl – Al Jazeera stond op het programma. Ik had echter haast, want doordat ik laat terug was van werk die avond zou de wedstrijd over een half uur al beginnen. Snel een taxi pakken dus maar.

Na een half uur door het woestijnzand struinen had ik eindelijk een taxi gevonden. En jawel hoor, ik had natuurlijk de enige taxichauffeur van het Arabisch schiereiland gevonden die nog nooit van Al Wasl of het bijbehorende Zabeel Stadium had gehoord. Met het nodige handen en voetenwerk en aanwijzen op de kaart van m’n mobiel moest hij eerst nog al zijn zesentachtig vrienden bellen om zeker te weten hoe hij moest rijden. Toen het eerste fluitsignaal al had geklonken blies hij de Toyota Corolla met gemiddeld 160 over de achtbaans snelwegen dwars door Dubai richting stadion, alwaar ik met knikkende knieën de voiture weer verliet.

al wasl

De burenruzie van de Verenigde Arabische Emiraten was al begonnen, dus wilde ik zo snel mogelijk een kaartje kopen. Wat bleek; de toegang was gewoon gratis. Geen probleem, dan lopen we zo wel naar binnen. Eerst nog gefouilleerd door een militair met baard – die echt verdacht veel op Osama Bin Laden leek – en ik moest warempel mijn flesje water inleveren. Die sloeg ik na een discussie met mijnheer baard maar snel achterover, want ik had dorst en hij een machinegeweer. Gegeten had ik ook nog niet trouwens, maar dat was van latere zorg. Eerste de tribune op.

Eenmaal een willekeurige tribune opgelopen bleek ik op de Absolute Ultra Hooliganside belandt te zijn. Het waren vooral kinderen. Vooraan zat een jurk op een paar trommels te meppen, en naast hem stond nog een jurk door een megafoon liedjes voor te blèren in het jalalaah en ghablhablhaaa’s, die door de rest van de jurken op de tribune werden nageblèèrd of werden aangevuld met geklap. Iets in de trend van “daar boven op een berg” maar dan waarschijnlijk een andere tekst. Het veld voor de tribune lag bezaaid met rood/witte slingers en wc rollen, het bewijs dat het bij aanvang van de wedstrijd helemaal los moet zijn gegaan.

Goed, daar zat ik dan. Tussen de joelende Arabieren hun witte jurken en rode theedoeken. De wedstrijd was natuurlijk al lang begonnen, maar de nul stond nog op het scorebord en aan het spel te zien had ik niks gemist. Het duurde even voor ik doorhad dat Al Wasl in het geel en Al Jazeera in het rood speelde, en al gouw besefte ik dat ik dus in het vak van “De Grote Rode Vijand” uit Abu Dhabi zat. Het leek helemaal nergens op. Geen enkele aanval werd uitgespeeld. Van beide kanten niet. Als de ene multimiljonairs al bij het strafschopgebied van de andere multimiljonairs wisten te komen volgde er altijd weer een verkeerde pass de tribune in, of over de zijlijn. Tot luid gejoel van de supporters en tot ergernis van bijvoorbeeld de vedette van Al Wasl, spelend met nummer zeven, die het cynisch applaudisseren en duimpje opsteken tot een ware kunst wist te verheven. Ik heb zelden een duim zo vol expressie gezien. Trouwens ook tot grote ergernis van de coach van Al Wasl: Diego Maradona. Wat wel weer het nodige vermaak opleverde. Bij elke verkeerde bal of verkeerde beslissing van de scheidsrechter stortte hij weer ter aarde, hief zijn armen in de lucht en vroeg voor de zoveelste keer aan God dan wel aan Allah dan wel aan Jahweh waarom het nou toch elke keer weer fout liep. Antwoord bleef uit. Dus stampte hij de keer daarna nog harder met zijn voeten op de grond, als een klein zielig kindje dat niet in bad wilde die avond.

Maradona. Het was onmogelijk dit kleine kereltje over het hoofd te zien. De gehele eerste helft stond hij langs de lijn of in het veld, armpjes in de zij en buik naar voren in wijdbeense stand. Alleen hij kan zichzelf zoiets permitteren. Het had ook tot gevolg dat er nog al eens een bal zijn kant op kwam. Dan haalde hij er weer een truckje mee uit, of liet hij zich van zijn sportieve kant zien door de bal bij een ingooi aan de tegenpartij te geven. Of niet, want sluw als hij was wist hij dat de tegenstander de bal zou doorgeven aan een ander om zo de nodige tijd te rekken, dus fopte hij hem met een truckje om de bal aan de ingooier te overhandigen, die intussen al kwam aangesjokt. De hele VIP tribune vol met Sjeiks hield de gehele wedstrijd de kaken op elkaar, behalve als kleine Diego weer een kunstje deed. De Oooooh’s en Aaaaah’s rolden dan weer van de enige overdekte tribune en een warm doch kort applaus volgde.

Voor de rest viel er ook weinig te klappen overigens. Het is dat ik allerlei nieuwe indrukken opdeed, waardoor het laatste halfuur van de eerste helft voorbij vloog. Ik had niet in de gaten gekregen dat mijn maag intussen om nog meer aandacht schreeuwde dan onze Pluis. Ik had immers nog niet kunnen dineren, maar had het volste vertrouwen in de stadion catering. Ik bevond me ten slotte in het boven ontwikkelde Dubai en niet in een of ander armoedzaaierig land verderop in de woestijn. Al snel bleek dat ik dat vertrouwen beter niet had kunnen hebben. De catering bestond namelijk uit een klaptafeltje met een krat lauwe hamburgers erin, wat zakjes chips en zakjes popcorn en wat flessen even zo lauwe frisdrank met drie cateringmedewerkers erachter die op het punt van burn-out stonden omdat het klaptafeltje werd belaagd door een kleine dertig man uitgehongerde Arabieren, en ik.  Het was nog geluk hebben dat die andere 9970 man geen trek hadden in een broodje en een drankje. Die waren namelijk massaal op weg naar het op het stadionterrein gelegen gebedshuis om hun dagelijkse gebed aan Allah te brengen, en om wellicht ook nog even om een overwinning te vragen. Bij de burgertent werden de broodjes intussen zelf serverend uit de mand geplukt en de twintig Dirham die zo’n lekkernij kostte op tafel gesmeten, zo netjes was men dan wel weer. Ik als Europeaan was iets netter van gedrag en wachtte netjes mijn beurt af, waardoor de hamburgers natuurlijk op waren en de bezwete en bijna bezweken laatste cateringmedewerker die nog over was me een lauw colaatje aanbood. Dit ging ‘m niet meer worden dus.

Ik woog het nog één keer tegenover elkaar af; een tweede helft vol beroerd voetbal en een springende circusaap van een Argentijn langs de zijlijn, of een heerlijk driegangen menu in één van de poepsjieke establishmenten die Dubai rijk is. Die keuze was snel gemaakt, dus terwijl het fluitje van de scheids over de stille nachtelijke woestijnvlakte schalde vervolgde ik mijn tocht de duisternis in, op zoek naar een taxi die me weer naar de gekte van de stad van duizend wolkenkrabbers zou brengen, de stad die me vanuit de verte met knallende cilinderkoppen en ontluchtende claxons al toeriep om snel weer terug te keren.

De volgende dag werd er in de Emiratische kranten lovend gesproken over de match. Niet over het niveau van het voetbal – zoveel zelfkennis hadden ze op deze uithoek van het Arabisch schiereiland wel weer. Nee, het was de sfeer. Ein-de-lijk was daar die voetbalsfeer, met fakkels, spreekkoren, slingers en confetti en Arabieren die als echte Ultras en Tifosi in de hekken hingen. Zoals ze het kenden van de televisie. Zoals ze dat in Europa ook deden. Die magische sfeer. Vanuit mijn Europees perspectief hadden ze nog veel te leren, maar de Dubaianen gingen er prat op. Dit was het teken; vanaf nu kon men zich in de Emiraten meten met die grote traditierijke clubs uit het Europese werelddeel. Het hele voetbal op het Arabisch schiereiland zou er op vooruit gaan.

Nu, bijna twee jaar later weten we wel beter.

Dit gastartikel is geschreven door David Nierse, die als navigatiekaartentester heel veel van de wereld ziet. Als de agenda het toelaat snuift hij graag wat voetbalcultuur op. Foto via Travelling Fan, wel bij een andere wedstrijd trouwens)

Ook leuk om te lezen